Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

woensdag 17 december 2014

Beste leden,
Hierbij nodigt het bestuur u uit voor de Nieuwjaarsborrel met partner op
  woensdag 7 januari 2015 om 17 uur
in de Hostellerie Rozenhof.

 Het bestuur verwelkomt u dan met een heerlijk glas Prosecco en zorgt voor een feestelijke aankleding van de borrel. Daarna is er een bijzonder verzorgd lopend buffet van 3 gangen met een hele zalm, keuze uit wild en groenten, afgerond met een OMELET SIBÉRIENNE MET WARME KERSEN. Dit diner zal het diner van vorig jaar nog in kwaliteit overtreffen . En dit alles voor de prijs van 34 euro pp. Voor diegenen, die vegetarisch willen eten, zal de keuken een apart arrangement verzorgen. Komt allen!! met vriendelijke groet, Namens het bestuur, Roy Go

zaterdag 13 december 2014

Ziekenhuisapotheker als consulent famacotherapie.



Kees Kramer 

30/10/2014


In het ziekenhuis moet zekerheid worden verschaft over de juistheid van het voorschrijfgedrag van de artsen. Hiertoe is er een cursus opgezet, die alle artsen moeten volgen  als zij in het ziekenhuis werken. Daarnaast is belangrijk: Actueel medicatieoverzicht, medicatiebeoordeling, electronische medicatiebewaking tijdens voorschrijven, duidelijkheid voor de patiënt over regie en verantwoor-delijkheid ( Invitational Conference Inspectie 30 /10/2014) Probleem is, dat de voorschrijver steeds slimmer is in eigen vakgebied, maar steeds dommer daarbuiten. De patienten worden steeds  complexer, arts, onervaren assistent en PA moeten de verantwoordelijkheid kunnen nemen. Als voorbeeld wordt een oudere patiënt  genomen met een lange medicatie lijst . Farmacotherapie onderwijs moet verplicht voor alle voorschrijvers in het CWZ worden gesteld  vooral  voor antistolling, pijnbeleid en  vochtregulatie. Informatievoorziening  wordt geborgd oa. door een  regionaal indicatiegericht formularium.  Bij het consult  over medicatieveiligheid moet de hoog-risico patient eerst worden geïdentificeerd (hartfalen, nierfunctie, polyfarmacie, leeftijd, maagsonde, ontslag IC, hoogrisicogeneesmiddel, bepaalde combinaties:  RAASremmer, lisdiureticum, NSAID,  aspirine, antistollingsmiddelen, digoxine, prednison, lihium, aminoglycosiden, methotrexaat, SSRI.
De identificatie hoogrisico door de apothekersassistente, screening patiëntengegevens, biomarkers en medicatieprofiel door de arts, wekelijks medisch farmacologisch consult door de ziekenhuis-apotheker aan de zaalarts.

Inmiddels loopt dit succesvol op de interne, heelkunde, ic., orthopedei, urologie, neurologie, psychiatrie.

donderdag 13 november 2014


CWZ nu en in de toekomst. 

B. Bemelmans, voorzitter RvB CWZ

5 November 2014

Een exposé over de veranderingen die het CWZ in de gezondheidszorg worden opgelegd en de strategie, die de nieuwe Raad van Bestuur heeft uitgestippeld, met prioriteiten, speerpunten in de zorg en versterking van de samenwerking met de Vereniging Medische Staf.

vrijdag 7 november 2014

5 november 2014 Dr B.Bemelmans

Geachte collegae,

Hierbij nodigen wij  u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op

                         Woensdag 5 November om 16.00 uur

Achterzaal begane grond   Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359


Onderwerp:
1.  16.00 uur Belangrijke jaarvergadering voor de leden.
2.  16 u30 borrel en ontvangst
3.  17.00 uur Inleiding: CWZ nu en in de toekomst
                         Spreker: dr. Bart Bemelmans, voorzitter Raad van Bestuur CWZ

Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop.

Met vriendelijke groet, namens het bestuur

Roy Go


woensdag 8 oktober 2014

1 oktober 2014
























Abstract 
De Hollandse Hippocrates

dr. F. Werner,  

1 Oktober 2014

Pieter van Foreest 1521-1597.
Zijn grafschrift wordt in 1645 in de Kronyck van Alkmaar als volgt vermeld: "Als er ooit een Hollandse Hippocrates is geweest, dan was hij het".
1521 geboren in Alkmaar, volgde hij in 1529 de Latijnse school.                                                                   1536-1539 studie medicijnen in Leuven.                                                                                                       1540-1543 studie en praktijk in Bologna.                                                                                                   1543 Promotie tot doctor medicinae op een discussie over klassieke geschriften van Galenus en Hippocrates.
1544-1546 verzamelen van kruiden in Rome, Parijs en en praktijk  in Pithiviers.                                                        
1546-1557 Praktijk in Alkmaar.                                                                                                                   1557-1595 Stadsgeneesheer in Delft, waar hij de pestepidemie bestreed. In de epidemie overleden 6500 van de 25.000 inwoners.                                                                                                                           De toenmalige geneeskunde zag ziekte als een toestand, die niet overeenstemt met de natuur. De menging van de levensvloeistoffen bloed, gal, water en slijm bepaalt het temperament. Behandeling  berust op het tegengaan van onevenwichtigheid van kwaliteiten en humoren. Er was dus geen standaardbehandeling. Beoordeeld moesten worden het huidige en het natuurlijke temperament en de huidige en vroegere levenswijzen. Altijd moest een patiënt in diens eigen omgeving worden beoordeeld. Eerst moesten leefregels, daarna medicatie en daarna pas eventueel chirurgie  worden geadviseerd.  
                                                                                                                                                                 Hij publiceerde:  1300 ziektegeschiedenissen in 42 boeken, na zijn dood  in 1609 gebundeld en uitgegeven als Opera Omnia. Ruim twee eeuwen behoorde dit werk, ook volgens Boerhave in 1729, tot de canon van de medische literatuur. Het bevatte ook 290 literatuurverwijzingen, een voor die tijd een enorm aantal
 Taak van de stadsgeneesheer:                                                                                                                      - Behandeling van zieken met onvoldoende middelen.                                                                                    - Adviseren van de overheid door oa. toezicht op apotheken, opleiding van chirurgijnen, toezicht op het waterpeil van de grachten.                                                                                                                            - contrôle op onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst.                                                                                              
- voeren van de particuliere praktijk.                                                                                                                          
Contacten met de Prins van Oranje
1574 Eerste consult in Rotterdam,
10/7/1584 Met Cornelis Buzennius:  Sectie en balseming van het stoffelijk overschot . Hij was geen lijfarts van de prins, omdat hij dan zijn functie als stadsgeneesheer van Delft moest opgeven.                                                                     
8-2-1575 Opening van de Leidse Universiteit waar hij benoemd werd tot doctor en professor in de medicijnen.                                                                                                                                                                                                  
1595 Terug naar Alkmaar. Vrouw en 4 kinderen waren inmiddels overleden.
Hij werd geroemd als arts in de traditie van Hippocrates: humaan, zorgvuldig en bescheiden.















donderdag 3 juli 2014

Zomerborrel 2 juli 2014


















                              Gepost woensdag 11 juni 2014



woensdag 11 juni 2014

maandag 28 april 2014

Geachte collegae,

Hierbij nodigen wij  u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op

                         Woensdag 7 Mei om 16.30 uur

               Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359


Onderwerp: Behandeling van parastomale breuken; op het breukvlak van de breukchirurgie                                   

Spreker: Dr. BiBi Hansson, chirurg CWZ


Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop.

Met vriendelijke groet, namens het bestuur

Roy Go





donderdag 3 april 2014

woensdag 2 april 2014


























woensdag 19 februari 2014

Abstract
  Van wie ben ik er één?
Dr. J.W.J. van der Stappen ,
 klinisch chemicus CWZ.
 dd. 7 Februari 2014.

 DNA typering is onontbeerlijk voor het opsporen van familierelaties en kan een belangrijke rol spelen in de forensische diensten. Het KCL van het CWZ neemt in deze functies een belangrijke plaats in en is één van de vier forensische laboratoria in Nederland. Het onderzoek gebeurt op kernhoudende cellen in bloed(leucocyten), speeksel of wangslijmvlies, spermacellen, haarwortelcellen etc. DNA verwantschapstesten maken gebruik van zowel autosomale en als geslachtchromosomale kenmerken X (X12STR) en Y (Y11 STR). In Nederland heeft 1 op de 1000 vrouwen 3 X chromosomen, waar we dus in de praktijk soms tegen aan lopen. De relaties correleren als volgt: 1-eiige tweeling 100%, 2-eiige tweeling, broer, zus, ouder, kind 50 %, oom/tante, opa/oma 25%, neef/nicht 12,5 %. Typeren van de moeder is belangrijk, omdat dan deze eigenschappen in de test met een vader-kind vraagstelling kunnen worden geëlimineerd. Vaders (XpYp) geven hun Y chromosoom integraal door aan hun zoons en hun X-chromosoom aan hun dochters, Moeders (XmXm) geven een X door aan hun dochters (XpXm), maar ook aan hun zoons (XmYp). Bloedgroep bepalingen bij de ouders en nakomelingen kan soms ook behulpzaam zijn, omdat een vader met bloedgroep B (BB of B0) en moeder met bloedgroep A (AA of A0) wel kinderen met bloedgroep AB of 0 kunnen hebben, maar een vader met bloedgroep B en moeder met bloedgroep 0 (00) nooit kinderen met bloedgroep AB of A kunnen hebben. Behandeld wordt een vraag van een 60-jarige klant, die wilde weten of hij dezelfde vader en/of moe-der had als zijn nichten, waarvan de moeder een zus was van zijn (pleeg-) moeder. Aangetoond kon worden, dat de klant alle X-kenmerken had van zijn nichten. Het was dus zeer waarschijnlijk, dat zij dezelfde moeder hadden. De ouders van klant en de nichten waren overleden, maar vergelijking met de broer van de vader van de nichten gaf geen match, dus klant had niet dezelfde vader. Y-testen van twee broers van zijn vader gaven geen match met hem, dus ook zijn veronderstelde vader was zijn echte vader niet. Veel signalen uit de familie wezen in de richting van incest. Inderdaad had de klant veel homozygote kenmerken 8 VD 15. Dit is een sterke aanwijzing voor incest. De stelling is nu, dat een van de broers van zijn moeder incest met zijn zuster heeft gepleegd en dat de klant als kind werd ondergebracht in het gezin van een zuster van de moeder. Echter leverde Y onderzoek van 2 neven van moeder ( zoons van 2 broers ) geen match met de klant op. Familieleden, die het zouden kunnen weten zwijgen als het graf. Verder onderzoek van andere broers is nog mogelijk, maar het grote aantal onderzoeken hiervoor nodig, is kostbaar ( € 100 per test) en moet door klant zelf worden betaald. De inleider meldt nog, dat in samenwerking met het CWZ de FIOM data bank is opgezet, een natio-nale donor en donorkinderen DNA-databank die de gegevens opslaat van kinderen , die voor 2004 zijn verwekt via anonieme semendonatie. Zo is er een donor, die 30 jaar lang gedoneerd heeft op drie locaties. De databank bevat inmiddels bijna 600 inschrijvingen met wereldwijd de meeste matches. 40 kinderen hebben inmiddels hun donor gevonden; het aantal broers en zusters is tot nu toe > 60. Inmiddels is donatie aan regels gebonden en is het aantal donoren sterk terug gelopen door de opheffing van anonimiteit. Recent was er een donor dragerschap voor taaislijm ziekte waarbij duidelijk werd dat het veelvuldig gebruik van 1 donor ook medische risico’s met zich meebrengt.

vrijdag 7 februari 2014

donderdag 30 januari 2014

Nijmegen, 26 -01-- 2014

 Geachte collegae, Hierbij nodigen wij u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op

 Woensdag 5 februari om 16.30 uur Hostellerie Rozenhof,

Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359

 Onderwerp:
 Van wie ben ik er één? (een spannende detective met een speurtocht van 2 jaar! Aangevuld met actuele informatie over een DNAdata base van donor kinderen) 

Spreker: Dr. J.W.J. van der Stappen 

 Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop.
Nijmegen, 26 -01-- 2014 Geachte collegae, Hierbij nodigen wij u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op Woensdag 5 februari om 16.30 uur Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359 Onderwerp: Van wie ben ik er één? (een spannende detective met een speurtocht van 2 jaar! Aangevuld met actuele informatie over een DNAdata base van donor kinderen) Spreker: Dr. J.W.J. van der Stappen Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop. Met vriendelijke groet, namens het bestuur Roy Go

Bijeenkomst 5 februari 2014

donderdag 9 januari 2014

Nieuwjaarsreceptie en diner 8 januari 2014 De Roozenhof