Abstract G. Zwart dd 6/2/2008:
Ondernemen of……………?Het budget van het ziekenhuis komt tot stand na vaststelling van een macrobudget, waarna via een wirwar van beleidsregels van VWS, waarop WZV, WTG ,CTG regulerend werken in overleg met de zorgverzekeraars een microbudget tot stand komt. Naast het honorariumbudget van de medische staf komt het intern budget per zorgeenheid tot stand oiv. productie en kosten.
Het budget van het ziekenhuis wordt opgebouwd uit een vast gedeelte en een variabel deel.
Het vaste gedeelte wordt bepaald door de balans met aan de ene zijde gebouwen, apparatuur, debiteuren en kas, aan de andere kant eigen vermogen, leningen, crediteuren. De gemiddelde hoogte van de kosten per patiënt wordt uitgedrukt in patiënten eenheden. Het CWZ is redelijk efficiënt: voor de STZ-ziekenhuizen is een pat. eenheid gemiddeld 230 voor het CWZ 190 €.
Nog niet geheel efficiënt is het CWZ in de opnameduur. Deze zou nog korter kunnen.
Het variabele gedeelte wordt in toenemende mate opgebouwd uit DBC’s.
Een DBC wordt voor veel voorkomende ziekten opgesteld door de wetenschappelijke verenigingen, waarbij normtijd, norm uurtarief, norm medische middelen en normdeel ziekenhuis, alles in overleg met het CTG worden vastgelegd. In de DBC kliniek (90%) en de DBC polikliniek (10%) worden onderhoud, overhead, prijs/kwaliteit en volume meegenomen.
Specialisten krijgen betaald per uur normtijd. Dit brengt in potentie maatschapproblemen mee door de verschillende werkwijze per maatschapslid. Hier zou een vergaande mandatering van de medisch manager een oplossing kunnen bieden. Bedrijfsefficiënt zou zijn, dat een machine, die niet meer goed produceert, wordt vervangen.