Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

vrijdag 21 december 2018

Beste leden en partners, 

Hierbij nodigt het bestuur u en uw partner uit voor de traditionele en altijd gezellige Nieuwjaarsbijeenkomst. 

WOENSDAG 9 JANUARI

               2019

           17.00 uur 


Om 17 uur wordt u verwelkomt met een heerlijk glaasje roze bubbels. Bij het drankje daarna krijgt u een amuse in de hand gedrukt. Om 18 uur wordt een prachtig lopend buffet geopend met vis en een hele heerlijk bereide zalm met toebehoren en een keuze uit twee heerlijke vleesgerechten.
De aangeklede borrel en twee glazenwijn bij het diner worden u door de vereniging aangeboden.

maandag 12 november 2018

Abstract Ontwikkelingen in Laboratorium Diagnostiek, een Klinisch Chemisch Perspectief


Dorien Rotteveel, Klinisch chemicus CWZ. 


7 /11/2018

In 1972 kwam de eerste chemie analyzer op de markt. Daarna uitbreiding van het aantal aanvraagbare testen tot op dit moment circa 200, leidend tot 8940 verrichtingen per dag. De bepalingen breiden zich uit tot buiten het ziekenhuis, onder meer naar huisartsenpraktijken en zelfs tot de patiënt. Ook is er van oudsher veel aandacht voor kwaliteitscontrole binnen het laboratoria en zijn vrijwel alle klinisch chemische laboratoria in Nederland momenteel ISO geaccrediteerd.
Ontwikkelingen zijn er in technologie, maar ook inhoudelijk. Voorbeeld van een relatief nieuwe biomarker (snelle, goedkope, niet-invasieve, betrouwbare bepaling):  Calprotectine , een leucocyten-specifiek eiwit. Vindt men dit in de faeces, dan wijst dit op een actieve ontsteking in de darm, zodat dit een onderscheid mogelijk maakt tussen Prikkelbare darm syndroom en inflammatoire darmziekten (bv coeliakie of colitis ulcerosa) met een sensitiviteit van 97,7%, specificiteit 89,8% en een positieve voorspellende waarde van 0,96, negatieve voorsp. waarde 0,95. Ander voorbeeld: Troponine T, een specifiek eiwit in myocardspiervezels. Andere markers van myocardschade zijn myoglobine, CKMB en LDH. Troponine heeft echter een hoge piek en is zeer specifiek voor hartspier. De gevoeligheid van de assay is zo hoog, dat in de richtlijnen voor definitie van infarct nu de troponine waarde in combinatie met het symptomencomplex wordt erkend. De test heeft een hoge negatieve voorspellende waarde en is zelfs bruikbaar binnen 0-1 uur na het event. Oude technieken worden verder ontwikkeld en er worden nieuwe toepassingen gevonden. Zo kan het urinesediment nu bijvoorbeeld met flowcytometrie worden bepaald. Hiermee kunnen ook heel gevoelig bacteriën in urine worden aangetoond, waardoor je met deze techniek urine kan voor-screenen waardoor een eventuele kweek kan komen te vervallen.  Met massaspectometrie kunnen heel specifiek bepaalde analyten worden gemeten, en kan in de OK weefsel worden geidentificeerd, wat sneller gaat dan onderzoek door histologie of cytologie.
In het lab vindt steeds verder gaande automatisering plaats. In sommige laboratoria worden zogenaamde tracks, een soort lopende band, gebouwd, waar meerdere analyse apparaten aan gekoppeld zijn. De diagnostiek vanuit een bloedbuisje verloopt dan vrijwel geheel geautomatiseerd.
Hoe zal de diagnostiek er in de toekomst uitzien? Er zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen om bepalingen uit te voeren uit steeds minder materiaal (
1 druppel bloed)Daarnaast zijn er initiatieven om meer diagnostiek bij de patiënt thuis mogelijk te maken: Philips heeft (in de UK) een apparaat ontwikkeld voor het thuis bepalen van Hb, leucocyten, thrombocyten en granulocyten. Toyota heeft plannen naar buiten gebracht om een zelfrijdende robot te ontwikkelen die het lab/ziekenhuiszorg naar de patiënt thuis brengt. (POCT=point of care testing).
Uitdagingen liggen nu vooral in de controle van de kwaliteit en de communicatie in de automatisering (E-Health).

woensdag 31 oktober 2018

Beste leden,
Hierbij herinner ik u aan mijn invitatie tot het bijwonen van de lezing van 

Dorien Rotteveel, klinisch chemicus CWZ 


over Ontwikkelingen in Laboratorium Diagnostiek, een klinisch Chemisch perspectief.


De klinische chemie is voor de clinicus na anamnese en lichamelijk onderzoek de eerste pijler van aanvullende gegevens, waarop het verdere handelen wordt gebaseerd. Het is derhalve belangrijk, dat de leden van onze vereniging van ontwikkelingen in ons diagnostisch handelen op de hoogte worden gehouden.
Wilt u mij mailen of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd met de spreker.
me vriendelijke groet,

zaterdag 27 oktober 2018


Dit is een samenvatting van een voordracht

door: Dr Ph. Edixhoven


over het Rembrandt Research Project, VOMS juli 2018.

Het Rembrandt Research Project. 

Naar het werk van Rembrandt van Rijn(1600 tot 1669was altijd al veel vraag
maar de grote rijkdom van succesvolle industriëlen vanaf het einde van de 19e eeuw heeft vooral in de Verenigde Staten deze vraag enorm doen toenemen
Wie het aannemelijk kon maken dat een schilderij een echte Rembrandt was had veel aanzien en kon veel geld verdienenIn die tijd was  bijna niets 
bekend over Rembrandt. "Connaisseurs" werkten zich in de schijnwerpers, stroopten veilingen af in heel Europabevochten elkaar somsmaar speelden elkaar geregeld
ook handig de bal toe en verzamelden zelfZij dateerden schilderijen op onduidelijke 
grondenvormden zich een mening van “de stijl van Rembrandt” in bepaalde 
levensperiodes en schreven stukken toe of af op basis van hun kennis en ervaring
Sommigen stelden catalogi samen van door hen aan Rembrandt toegeschreven werkenBeroemde connaisseurs waren Bode (overleden 1929), 
Bredius (overleden 1946)Valentiner (overleden 1958) en Gerson (overleden 1966)
Valentiner heeft in de VS fortuin gemaaktverkocht aan musea en industriëlen.
Wat voor werk is het waar de vraag speelt of een schilderij een echte Rembrandt is of niet?
Als eerste gaat het meestal om kopieën van zelfportret studies van Rembrandt van de 50 gevorderde leerlingen die Rembrandt (verderheeft opgeleid
al of niet als Rembrandt gesigneerdDeze stukken werden uit zijn atelier verkocht en leverden goed geld opHet gaat ook om werk van Rembrandt en leerlingen samen
In musea zijn in de 250 jaar na Rembrandt heel veel Rembrandt’s gekopieerd 
en er is veel geschilderd "in de trant van Rembrandt"Het gaat ook om vervalsingen.
Er ontstond veel behoefte om op wetenschappelijke basis werk van Rembrandt toe- of af te schrijven in plaats van uitsluitend op grond van de vage "criteriavan 
connaisseurs.
In 1969 gaat het Rembrandt Research Programma (hierna RRP) van start met 
subsidie voor 10 jaar van ZWO. Opzettot 1973 op locatie overal in de wereld in 
musea en bij particulieren met twee man samen vier stukken per dag van de 625 aan Rembrandt door Bredius in 1935 toegeschreven stukken bestuderen 
en in consensus diezelfde dag aan Rembrandt toeschrijven of afschrijven, de
zgn. “voorlopige waardering”.
E. van de Wetering had een bijzondere plaats in deze groep onderzoekers. 
Hij was en is kunstschilder (doorliep kunstacademie Den Haag), studeerde in 1968
af in de kunstgeschiedenis en werd als assistent toegevoegd aan het
Rembrandt Research team, dat bestond uit 6 kunsthistorici. In 1970 werd hij, na het wegvallen door ziekte van een van de leden, zelf lid van het team.
Het was de bedoeling om over alle "voorlopige waarderingendie in 1974 waren 
afgerond vanaf 1974 tijdens wekelijkse lunchvergaderingen zoveel mogelijk in 
consensus de stukken definitief toe- of af te schrijvenmet een notitie over  de argumenten
Problemen die zich daarbij voordeden:
-het enige lid dat wetenschappelijk onderzoek implementeerde in zijn oordeel 
was Van de Wetering. De anderen waren nog te veel intuïtief bezig als 
connaisseurs.
-het was (al te) vaak de mening van Van de Wetering, de jongstemeer kunstenaar dan kunsthistoricustegen die van de anderen.
-het grote materiële belang van toe- of afschrijving voor de bezitters van de stukken 
in combinatie met de lange termijn tussen de studie op locatie en de eerste publicaties van het RRP (2de helft tachtiger jarenmaakte dat geruchten 
en onvrede ontstonden over het RRP, waarvan verwacht werd dat het veel 
tot dan toe aan Rembrandt toegeschreven stukken uit musea en van particulieren af zou schrijven. De zaak van de valse Vermeer uit het museum Boijmans van Beuningendie de kunstwereld nog steeds op zijn grondvesten deed schudden, 
speelde daarbij een belangrijke rol.
-Van de Wetering werd steeds belangrijker als Rembrandtvorserwaarbij hij 
op de andere leden van het project grote voorsprong hadals kunstenaar 
zag hij de schilderijen als het ware van binnen uitals deelnemer aan het 
wordingsproces van het schilderijBijvoorbeeld bij de interpretatie van 
röntgenonderzoek dat van de meeste stukken van R. beschikbaar was begreep hij 
veel eerder en beter dan de anderen waarom daaruit welke conclusies konden 
worden getrokken over de stijl en werkwijze van R. in vergelijking met zijn tijdgenoten.
-vanuit zijn ideale plaats in het Centraal Laboratorium* heeft Van de Wetering 
veel onderzoekslijnen kunnen opzettendaarin geparticipeerd, mensen ge-ënthousiasmeerd en met hen gepubliceerdBijvoorbeeld over de verschillende pigmenten die R. gebruikte, het belang van partikel grootte van pigmenten
datering van panelen (dendrochronologie)een uitgebreide studie naar schering 
en inslag van het schilderslinnen en – jute bij toe- of afschrijving aan (het atelier van) Rembrandt. Hij onderkende het belang van bijvoorbeeld microscopie, elektronen microscopieneutronen activation autoradiographyverzamelde zo een 
groot aantal onderzoekers om zich heen met wie hij samen publiceerde.
In 1993 is een onherstelbare breuk ontstaaneindigt het 1e traject van het RRP daar de andere leden stopten met hun lidmaatschap.
Van de Wetering werd voorzitter, maakte een doorstartdat men RRP II
zou kunnen noemenen publiceerde in 2005 en 2012 deel VI van het RRP, waarin 
324 werken aan Rembrandt zijn toegeschrevenop zoveel mogelijk weten-schappelijke basisSindsdien zijn er nog enkele nieuw ontdekte  rembrandteske schilderijen door Van de Wetering aan Rembrandt toegeschreven.
In deze voordracht worden veel afbeeldingen getoond van vooral schilderijen van 
Rembrandt en wordt enige toelichting gegeven op het onderzoek dat tot 
toe- of afschrijving heeft geleid, waarbij ook het theorema van Bayes een belangrijke rol heeft gespeeld.



* Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap.