Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch.
Grondleggers van de Nederlandse
schilderkunst [lezing 07022024]
André Stufkens
voorzitter Stichting Maelwael Van Lymborch Studies
De
lezing gaat over de stelling dat de drie generaties van het Nijmeegse
schildersgeslacht Maelwael-Van Lymborch rond 1400 grondleggers zijn van de
Nederlandse schilderkunst. Dat is de stelling, die we sinds de oprichting van
de stichting in 2002 op velerlei manieren uitdragen: met exposities,
publicaties, films, wetenschappelijk onderzoek, lezingen, festivals…
Recentelijk is de 3e druk verschenen van het boek met dezelfde
titel.
Voorheen werd in de Nederlandse
kunstgeschiedenis altijd gesteld dat het begint in Haarlem aan het einde van de
15e eeuw. Dat heeft met het zogenaamde hollandocentrisme te maken.
Je ziet het bijv. in de collectie van het Rijksmuseum waar Geertgen tot St Jans
heel lang de permanente expositie opende. Het Rijksmuseum is in de 19e
eeuwen opgebouwd uit vier Hollandse verzamelingen. Dat er buiten Holland sprake
kon zijn van kunst van niveau of zelfs het begin van de Nederlandse
kunstgeschiedenis was heel lang volslagen ondenkbaar.
Het verhaal van het Nijmeegse kunstenaarsgeslacht gaat vooraf aan Geertgen tot St Jans, gaat vooraf aan Brueghel, aan Van der Weijden of zelfs Van Eyck. Het is het aperitief.
Niet dat deze Nijmegenaren de eerste kunstenaars of schilders waren, die waren er al veel eerder. Ook een enkeling, waarvan een naam is overgeleverd (Michel van der Borch). Maar we kennen geen enkele kunstenaar, laat staan een kunstenaarsdynastie van drie generaties, met een dergelijk omvangrijk oeuvre (883 miniaturen en schilderijen) die met het werk al in de eigen tijd een internationale reputatie verwierf. Bedenk wel dat Nederland in hun tijd helemaal niet bestond. We spreken in die tijd van een ‘Noord-Nederlandse traditie’.
In welke zin zijn zij grondleggers?
In hun werk komen voor het eerst categorieën, genres en onderwerpen voor die later terugkeren bij vertegenwoordigers van die befaamde traditie: Van Eyck, Brueghel, Vermeer, Rembrandt, Van Gogh… de nachtscène met de kruisdood, een overtuigende winterscène met sneeuw, het oogsten op het veld, de zaaier, het stilleven, mensen uit andere landen en culturen tot zelfs de ‘zinne- en minnebeelden’ aan toe. Kenmerkend in die traditie is de aandacht voor het alledaagse, voor zelfs de meest triviale zaken. Maar dat realisme gaat nooit alleen over uiterlijke, fysieke zaken, maar is altijd tegelijkertijd ook metafysisch. Hemel en aarde doordringen elkaar.
Medisch Historische Werkgroep
Na de oprichting van de stichting
volgden vele publieksactiviteiten, zoals optredens in middeleeuwse kleding in
binnen- en buitenland (New York). In Nijmegen vond een jaarlijkse middeleeuwen
festival plaats. In het kader daarvan bedacht Hans van der Spek (1942-2022),
neurochirurg en een van uw leden, rond 2010 dat het zinvol en leuk zou zijn om
het publiek meer kennis bij te brengen over de gezondheidszorg in de
middeleeuwen. Hij verzamelde een mooie groep medici om zich heen, zoals Karine
van ’t Land, Alrik Nielander, Meeuwes Pool, Aafje Groustra, Irene Meekes. Door
middel van nauwkeurig voorbereide lezingen en demonstraties werd de
middeleeuwse zienswijze op gezondheid getoond, bijv. met trepanaties (het
bekijken en behandelen van de hersenen door een stukje schedel te verwijderen),
aderlaten, piskijken of keisnijden.
De essentie van middeleeuwse zienswijze
is dat de diverse lichaamssappen in het menselijk lichaam in evenwicht moet
zijn. Deze zogenaamde humeurenleer is gebaseerd op die van de Romeinse arts
Claudius Galenus (2e eeuw na Chr.).
In de fenomenale miniatuur van de Astrologische
mens van de gebroeders Van Lymborch, feitelijk een medische handleiding,
wordt dat evenwicht tussen de diverse humeuren zichtbaar gemaakt, gekoppeld aan
de samenhang tussen de dierenriem – de stand en loop van de sterren, zon, maan
en planeten – en de plek die deze innemen op het lichaam (melothesie).
Een vernieuwende miniatuur ook, vanwege de klassieke contraposto-houding of het
feit dat in de mandorla, het amandelvormig universum, niet meer God de vader
het heelal bestiert, maar een mens centraal staat. Het is daarmee een directe
voorloper van de renaissance.
Het Nijmeegse kunstenaarsatelier
De Maelwael-Van Lymborchs bezaten acht
panden in de Burchtstraat, in een gedeelte van de stad naast de Valkhofburcht
(de grootste burcht van de Lage Landen) waar edellieden en raadgevers van het
Hof van Gelre naast en tussen elkaar in woonden. Kunstenaars waren geheel
afhankelijk van adellijke en geestelijke opdrachtgevers. Juist in hun tijd
regeerde de belangrijkste vorst die Gelre ooit heeft gehad: hertog Willem I van
Gelre (1364-1402). Met zijn vele buitenlandse reizen (Jeruzalem, zevenmaal
deelname aan een kruistocht richting Litouwen, driemaal Londen, tweemaal Praag,
Parijs, Venetië…), benoemd als ridder van de Orde van de Kousenband, was hij
een vorst van Europees formaat. In het kielzog verwierf de heraut Gelre
encyclopedische kennis over heraldiek, dat resulteerde in het Wapenboek
Gelre. De openings-tekening met de Keizer- en Gelretekening is feitelijk
het begin van het realisme en is waarschijnlijk van de hand van Herman en/of
Willem Maelwael.
Niet alleen de Maelwael-Van Lymborchs
trokken naar Nijmegen voor opdrachten, dat gold ook voor de familie Bosch-Van
Aken: de overgrootvader, grootvader en vader van Jheronimus Bosch woonden en
werkten eveneens als schilder in Nijmegen. Mogelijk hebben de gebroeders Van
Eyck zelfs een opleiding in Nijmegen gevolgd.
De tweede generatie bestaat uit de
kinderen van Willem Maelwael: Johan Maelwael en Mette Maelwael. De laatste
trouwde met Arnold van Lymborch, beeldsnijder. In het atelier werkten zij aan
de honderden heraldische producten voor de hertog, zoals wimpels, banieren,
stoffen, paardendekens of schilden. Het Nederlandse woord schilderen is
afkomstig van het bewerken van schilden. Alle leden van het familieatelier
waren multitalenten, want ook goud- en edelsmid, textielbewerker of
beeldsnijder. Het verklaart de grote mate van vakmatige vaardigheden van de
derde generatie die in het familieatelier opgroeide: de oudste drie zonen van
Mette en Arnold: Herman, Paul en Johan van Lymborch.
Parijs
Nadat hertog Willem I van Gelre de vele
duizenden binnenvallende Brabanders (gesteund door Bourgondië) vernietigend had
verslagen in de Slag bij Niftrik (28 juni 1388) kwam een immens Frans leger
naar Gelre om de hertog te verslaan. Dit legger richtte haar kamp in op ruim
honderd kilometer onder Nijmegen in Körrenzig. Slechts na lang aandringen van
zijn vader verzoende de Gelderse hertog zich op 12 oktober 1388 met de Fransen.
Een beslissend moment voor de onafhankelijkheid van Gelre en voor het
familieatelier. Want de daar aanwezige vorsten – naast koning Karel VI, ook Jan
van Berry, Filips de Stoute en Jan zonder Vrees – zagen daar voor het eerst de
prachtige uitdossing van het Gelderse hof. Het zou resulteren in de ‘transfer’
van Johan Maelwael naar het Louvre in 1396 en daarna het Bourgondische hof in
Dijon. Hij werd hoofd van de hertogelijke werkplaats en de bestbetaalde
kunstenaar van zijn tijd. Zijn taak was met name de verheffing van het
kartuizerklooster in Champmol bij Dijon tot een necropolis van de Bourgondische
vorsten die de necropolis van zijn familie in Sant-Denis naar de kroon zou
steken. Het resulteerde o.a. in de Grote ronde pieta, de Man van
Smarten, de polychromie van de graftombe en het Grote Kruis (de
Mozesput) en het retabel met de marteling van Saint-Denis. Het meeste van zijn
werk is echter verdwenen.
Op zijn voorspraak kwamen de drie neven
naar Parijs. Ze waren nog maar 14 en 17 toen ze in het hart van de Franse
wereldlijke, geestelijke en intellectuele wereld werden gekatapulteerd. In het
klooster van de Notre Dame werkten zij aan een eerste monsterklus, de Bible
moralisée in opdracht van Filips de Stoute. Na het overlijden van Filips de
Stoute kwamen ze in dienst van diens
broer, hertog Jan van Berry. In zijn opdracht ontstaan de bekende
getijdenboeken: de Belles Heures en de Très Riches Heures du duc de
Berry.
_____________
“Tot slot naar de essentie. De tere schoonheid van het werk van de Maelwael-Van
Lymborchs raakt je recht in het hart. Het ouderwetse gevoel van open mond en
doorleefde bewondering, weet u wel. Laaf u, beste lezer, even gulzig als de
Bourgondiërs destijds aan die schoonheid. Die ligt gewoon voor het grijpen, in
het Louvre, in Dijon, maar om te beginnen simpelweg op de volgende pagina’s. En
omdat dit met veel liefde en zorg gemaakte boek u de juiste middeleeuwse
context bezorgt kan dat esthetisch genot optimaal opbloeien.”
Bart van Loo
“
Het werk van de gebroeders Van Lymborch vormt een soort filmdocumentaire die
ons het leven in een tijdperk laat zien. Maar geen film heeft ooit de
levensechtheid, de luister en de ontroerende schoonheid van de taferelen kunnen
evenaren.’
Umberto Eco
Uit:
André Stufkens en Clemens Verhoeven, Johan Maelwael en de gebroeders Van
Lymborch. Grondleggers van de Nederlandse schilderkunst. (Walburg Pers, prijs: € 29,99).
ISBN 9789464563313. Verkrijgbaar in de winkel van het Gebroeders van Lymborch
Huis, Burchtstraat 63, Nijmegen. Of bij de betere boekhandel.


