Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

woensdag 14 februari 2024

Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch, door André Stufkens 7-2-24

Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch.

Grondleggers van de Nederlandse schilderkunst [lezing 07022024]

André Stufkens

voorzitter Stichting Maelwael Van Lymborch Studies

De lezing gaat over de stelling dat de drie generaties van het Nijmeegse schildersgeslacht Maelwael-Van Lymborch rond 1400 grondleggers zijn van de Nederlandse schilderkunst. Dat is de stelling, die we sinds de oprichting van de stichting in 2002 op velerlei manieren uitdragen: met exposities, publicaties, films, wetenschappelijk onderzoek, lezingen, festivals… Recentelijk is de 3e druk verschenen van het boek met dezelfde titel.
  Voorheen werd in de Nederlandse kunstgeschiedenis altijd gesteld dat het begint in Haarlem aan het einde van de 15e eeuw. Dat heeft met het zogenaamde hollandocentrisme te maken. Je ziet het bijv. in de collectie van het Rijksmuseum waar Geertgen tot St Jans heel lang de permanente expositie opende. Het Rijksmuseum is in de 19e eeuwen opgebouwd uit vier Hollandse verzamelingen. Dat er buiten Holland sprake kon zijn van kunst van niveau of zelfs het begin van de Nederlandse kunstgeschiedenis was heel lang volslagen ondenkbaar.

Wat vooraf ging
  Het verhaal van het Nijmeegse kunstenaarsgeslacht gaat vooraf aan Geertgen tot St Jans, gaat vooraf aan Brueghel, aan Van der Weijden of zelfs Van Eyck. Het is het aperitief.
  Niet dat deze Nijmegenaren de eerste kunstenaars of schilders waren, die waren er al veel eerder. Ook een enkeling, waarvan een naam is overgeleverd (Michel van der Borch). Maar we kennen geen enkele kunstenaar, laat staan een kunstenaarsdynastie van drie generaties, met een dergelijk omvangrijk oeuvre (883 miniaturen en schilderijen) die met het werk al in de eigen tijd een internationale reputatie verwierf. Bedenk wel dat Nederland in hun tijd helemaal niet bestond. We spreken in die tijd van een ‘Noord-Nederlandse traditie’.

In welke zin zijn zij grondleggers?
  In hun werk komen voor het eerst categorieën, genres en onderwerpen voor die later terugkeren bij vertegenwoordigers van die befaamde traditie: Van Eyck, Brueghel, Vermeer, Rembrandt, Van Gogh… de nachtscène met de kruisdood, een overtuigende winterscène met sneeuw, het oogsten op het veld, de zaaier, het stilleven, mensen uit andere landen en culturen tot zelfs de ‘zinne- en minnebeelden’ aan toe. Kenmerkend in die traditie is de aandacht voor het alledaagse, voor zelfs de meest triviale zaken. Maar dat realisme gaat nooit alleen over uiterlijke, fysieke zaken, maar is altijd tegelijkertijd ook metafysisch. Hemel en aarde doordringen elkaar.

Medisch Historische Werkgroep
  Na de oprichting van de stichting volgden vele publieksactiviteiten, zoals optredens in middeleeuwse kleding in binnen- en buitenland (New York). In Nijmegen vond een jaarlijkse middeleeuwen festival plaats. In het kader daarvan bedacht Hans van der Spek (1942-2022), neurochirurg en een van uw leden, rond 2010 dat het zinvol en leuk zou zijn om het publiek meer kennis bij te brengen over de gezondheidszorg in de middeleeuwen. Hij verzamelde een mooie groep medici om zich heen, zoals Karine van ’t Land, Alrik Nielander, Meeuwes Pool, Aafje Groustra, Irene Meekes. Door middel van nauwkeurig voorbereide lezingen en demonstraties werd de middeleeuwse zienswijze op gezondheid getoond, bijv. met trepanaties (het bekijken en behandelen van de hersenen door een stukje schedel te verwijderen), aderlaten, piskijken of keisnijden.
  De essentie van middeleeuwse zienswijze is dat de diverse lichaamssappen in het menselijk lichaam in evenwicht moet zijn. Deze zogenaamde humeurenleer is gebaseerd op die van de Romeinse arts Claudius Galenus (2e eeuw na Chr.).
  In de fenomenale miniatuur van de Astrologische mens van de gebroeders Van Lymborch, feitelijk een medische handleiding, wordt dat evenwicht tussen de diverse humeuren zichtbaar gemaakt, gekoppeld aan de samenhang tussen de dierenriem – de stand en loop van de sterren, zon, maan en planeten – en de plek die deze innemen op het lichaam (melothesie).
Een vernieuwende miniatuur ook, vanwege de klassieke contraposto-houding of het feit dat in de mandorla, het amandelvormig universum, niet meer God de vader het heelal bestiert, maar een mens centraal staat. Het is daarmee een directe voorloper van de renaissance.

Het Nijmeegse kunstenaarsatelier

  De Maelwael-Van Lymborchs bezaten acht panden in de Burchtstraat, in een gedeelte van de stad naast de Valkhofburcht (de grootste burcht van de Lage Landen) waar edellieden en raadgevers van het Hof van Gelre naast en tussen elkaar in woonden. Kunstenaars waren geheel afhankelijk van adellijke en geestelijke opdrachtgevers. Juist in hun tijd regeerde de belangrijkste vorst die Gelre ooit heeft gehad: hertog Willem I van Gelre (1364-1402). Met zijn vele buitenlandse reizen (Jeruzalem, zevenmaal deelname aan een kruistocht richting Litouwen, driemaal Londen, tweemaal Praag, Parijs, Venetië…), benoemd als ridder van de Orde van de Kousenband, was hij een vorst van Europees formaat. In het kielzog verwierf de heraut Gelre encyclopedische kennis over heraldiek, dat resulteerde in het Wapenboek Gelre. De openings-tekening met de Keizer- en Gelretekening is feitelijk het begin van het realisme en is waarschijnlijk van de hand van Herman en/of Willem Maelwael.
  Niet alleen de Maelwael-Van Lymborchs trokken naar Nijmegen voor opdrachten, dat gold ook voor de familie Bosch-Van Aken: de overgrootvader, grootvader en vader van Jheronimus Bosch woonden en werkten eveneens als schilder in Nijmegen. Mogelijk hebben de gebroeders Van Eyck zelfs een opleiding in Nijmegen gevolgd.
  De tweede generatie bestaat uit de kinderen van Willem Maelwael: Johan Maelwael en Mette Maelwael. De laatste trouwde met Arnold van Lymborch, beeldsnijder. In het atelier werkten zij aan de honderden heraldische producten voor de hertog, zoals wimpels, banieren, stoffen, paardendekens of schilden. Het Nederlandse woord schilderen is afkomstig van het bewerken van schilden. Alle leden van het familieatelier waren multitalenten, want ook goud- en edelsmid, textielbewerker of beeldsnijder. Het verklaart de grote mate van vakmatige vaardigheden van de derde generatie die in het familieatelier opgroeide: de oudste drie zonen van Mette en Arnold: Herman, Paul en Johan van Lymborch.

Parijs

Nadat hertog Willem I van Gelre de vele duizenden binnenvallende Brabanders (gesteund door Bourgondië) vernietigend had verslagen in de Slag bij Niftrik (28 juni 1388) kwam een immens Frans leger naar Gelre om de hertog te verslaan. Dit legger richtte haar kamp in op ruim honderd kilometer onder Nijmegen in Körrenzig. Slechts na lang aandringen van zijn vader verzoende de Gelderse hertog zich op 12 oktober 1388 met de Fransen. Een beslissend moment voor de onafhankelijkheid van Gelre en voor het familieatelier. Want de daar aanwezige vorsten – naast koning Karel VI, ook Jan van Berry, Filips de Stoute en Jan zonder Vrees – zagen daar voor het eerst de prachtige uitdossing van het Gelderse hof. Het zou resulteren in de ‘transfer’ van Johan Maelwael naar het Louvre in 1396 en daarna het Bourgondische hof in Dijon. Hij werd hoofd van de hertogelijke werkplaats en de bestbetaalde kunstenaar van zijn tijd. Zijn taak was met name de verheffing van het kartuizerklooster in Champmol bij Dijon tot een necropolis van de Bourgondische vorsten die de necropolis van zijn familie in Sant-Denis naar de kroon zou steken. Het resulteerde o.a. in de Grote ronde pieta, de Man van Smarten, de polychromie van de graftombe en het Grote Kruis (de Mozesput) en het retabel met de marteling van Saint-Denis. Het meeste van zijn werk is echter verdwenen.
  Op zijn voorspraak kwamen de drie neven naar Parijs. Ze waren nog maar 14 en 17 toen ze in het hart van de Franse wereldlijke, geestelijke en intellectuele wereld werden gekatapulteerd. In het klooster van de Notre Dame werkten zij aan een eerste monsterklus, de Bible moralisée in opdracht van Filips de Stoute. Na het overlijden van Filips de Stoute  kwamen ze in dienst van diens broer, hertog Jan van Berry. In zijn opdracht ontstaan de bekende getijdenboeken: de Belles Heures en de Très Riches Heures du duc de Berry.

_____________


“Tot slot naar de essentie. De tere schoonheid van het werk van de Maelwael-Van Lymborchs raakt je recht in het hart. Het ouderwetse gevoel van open mond en doorleefde bewondering, weet u wel. Laaf u, beste lezer, even gulzig als de Bourgondiërs destijds aan die schoonheid. Die ligt gewoon voor het grijpen, in het Louvre, in Dijon, maar om te beginnen simpelweg op de volgende pagina’s. En omdat dit met veel liefde en zorg gemaakte boek u de juiste middeleeuwse context bezorgt kan dat esthetisch genot optimaal opbloeien.”

Bart van Loo

“ Het werk van de gebroeders Van Lymborch vormt een soort filmdocumentaire die ons het leven in een tijdperk laat zien. Maar geen film heeft ooit de levensechtheid, de luister en de ontroerende schoonheid van de taferelen kunnen evenaren.’

Umberto Eco

Uit: André Stufkens en Clemens Verhoeven, Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch. Grondleggers van de Nederlandse schilderkunst. (Walburg Pers, prijs: 29,99).
ISBN 9789464563313. Verkrijgbaar in de winkel van het Gebroeders van Lymborch Huis, Burchtstraat 63, Nijmegen. Of bij de betere boekhandel.






Geen opmerkingen: