Abstract
Kleine en grote tafelgeneugten in de Gouden Eeuw in
Nederland,
Dr. H. Deleu.
Een culinaire en culturele speurtocht op
schilderijen uit de Hollandse Gouden eeuw. Samenstelling van de dis; verborgen
Calvijnse vingerwijzingen.
Geschat aantal schilderijen in de 17e eeuw is 4-6 miljoen; in de 18e eeuw
minder, want Lodewijk IV overleed en de welgestelden trokken naar steden, waar zij rijke stadsvilla's bouwden.
Edelen bekleedden de muren met geverfd linnen en burgers met aardewerk borden.
Schilderijen met allegorien en mythologische afbeeldingen hadden de hoogste waarde, daarna historische
beelden, landschappen en portretten
werden minder gewaardeerd. In stillevens zag men gratie en schoonheid, maar
soms ook subtiele Calvijnse aan-wijzingen. Calvinisme is een christelijke
humanistische ethiek, waarin katholieken
en protestanten zich konden vinden. Toch is de invloed ervan beperkt gebleven.
Maaltijden trof men vaak op afbeeldingen aan. Zo ook in 1066 op het borduurwerk
van Bayeux en in 1470 afbeeldingen van badstoven met planken waarop
maaltijden werden uitgestald. Veel werd
vis en gevogelte gegeten. Op de vismarkt kochten rijke dames vis in, gewapend
met een mof, geparfumeerd tegen de stank. Meestal werd 1x per week vis
ingekocht. De armen aten spiering en spekbokking, de rijkeren kreeft, oesters,
en alle soorten vis. Kreeft en oesters waren echter niet zeldzaam, zalm was
zelfs een vrij ordinaire vis. Zo schilderde MichielMeervelt in 1611 schutters
aan een maaltijd met kreeft op de voorgrond. Als ontbijt at men brood, voor de
lunch een eenvoudige warme maaltijd, de rijkeren met groenten. Ook bij de
avondmaaltijd at men brood; aardappelen en rijst waren er nog niet. Het
calvinisme verbood uitheemse kruiden. Gegeten
werd met de hand, een vork was een belediging voor de Heer. Het servet kwam pas
later ; daarvóór was er een languière (
een strook linnen rond de hele tafel) of werden de handen afgeveegd aan de
vacht van een passerende hond.
Wat was er niet in de 17e eeuw: chocolade, koffie, tomaat, aardappel, en
truffel (pas in de 18e eeuw). Onbetaalbaar : suiker, Rhijnse wijn, bloemkool,
selderij, artisjokken.
Delicatessen waren: ramsballen, schaaps voeten, tong. knoflook in de 17e
eeuw. Buitenlandse kritiek op de tafelgewoonten in de republiek waren: hoed
aantafel, boeren. Lepel en mes waren er al, maar vork pas eind 17e eeuw. De
grote kanten kraag werd rond 1640 vervangen door een plat boordje. Glazen :
fluitglas, pasglas, vleugelglas, molenbeker voor wijn, drinkkom. Op tafel zag
men de Nautilusschelp (gebracht door de VOC) versierd met metalen
ornamenten.Gekleurde schilderijen werden in tijden van drukte vervangen door
een monochroompje, alleen bruin van kleur. Rijkdom werd van 1640-1660
uitbundig aan tafel getoond. Abraham van Beijen schilderde een pronktafel met
kreeft, oesters, maar ook als waarschuwing, dat men zijn straf niet ontkomt,
een muis op de rand van de tafel.