Frans Hoevenaars, kinderarts
Bron: De Gelderlander,20 mei 2017
Auteur: Frank Hermans
KINDERARTS
BEDACHT DE EERSTE “BABYWATCH”
Voormalig kinderarts van CWZ in
Nijmegen kreeg het afscheid dat hij zichzelf wenste.
Hole 7 op de
golfbaan in Groesbeek werd zijn eindstation. In de ontspanning, met de blik op
het zonovergoten Reichswald hield het hart van Frans Hoevenaars op met kloppen.
Pijnlijk voor nabestaanden, het abrupte afscheid. Maar voor
echtgenote Anneke tegelijkertijd troostrijk. Omdat ze zeker weet dat haar man
tot op het laatst genoten heft en het einde kreeg dat hij zichzelf wenste.
Frans had de laatste jaren een chronische longziekte.
Hij was tot zijn pensioen kinderarts in het
Canisius-Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen. Begin jaren 70 wekte “hippie” Frans
nog opzien dor zijn lange haren. Hij droeg roze broeken, jasjes met smoezelige
kraag. Thuis ontving hij arts-collega’s op zitkussens in zijn “commune woning”. Wenkbrauwen fronsten, maar Frans ging zijn
eigen gang.
Eigenzinnigheid was zijn kracht. Als eerste in Nederland
bedacht hij voor het CWZ een “babywatch”: een toen nog provisorische
beeldverbinding voor moeders met couveusekinderen. Verpleegsters vroeg hij
huilende baby’s op hun buik te dragen in een draagdoek. Het was zijn overtuiging
dat een ziekenhuis huiselijk moet zijn.
Hij was ook een gezelligheidsdier. Dat leverde hem thuis
gedenkwaardige avonden en nachten op met komende en vertrekkende
arts-assistenten die “in”-en “uit”-gegeten werden. Zijn kinderen Lot en Tijs,
later met kleinkinderen, vierden het liefst oud op nieuw bij hem en Anneke. Na
twaalven gingen ze in hun jonge jaren wel eens naar de stad, maar kwamen dan
met nog veel meer vrienden snel terug. Naar huis, waar het toch leuker was.
Toen Frans 70 werd,
bedacht Lot dat familie en de vele vrienden een verjaardagskaart aan hem
moesten schrijven. In zeventig schrijfsels werd hij door de een na de ander
bewierrookt. “Normaal gebeurt dat pas als je dood bent”, liet Frans zich
overdonderd ontvallen.
Bij zijn afscheid – niet in het crematorium, maar in
“beslotenheid” thuis- werden de kaarten opnieuw voorgedragen. Er werd geproost
op zijn leven, daarna werd hij uitgezwaaid door zijn vele vrienden. Door vrouw
en kinderen werd hij in zijn camperbusje naar het crematorium gebracht.