Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

donderdag 25 november 2010



In Memoriam
Dr. J.H.J. Enneking
(1923-2010)


Op 13 november overleed in Nijmegen dr. J. Enneking, oudinternist en oudopleider interne geneeskunde in het CanisiusWilhelmina ziekenhuis Nijmegen. De tot voor kort nog zeer vitale 87-jarige werd geveld na een ziekbed van enkele maanden. Als zoon van internist, geneesheer directeur prof. dr. J.A.M.J. Enneking, was Jules al vroeg met het sinds 1850 bestaande St.Canisiusziekenhuis verweven. In navolging van zijn vader ging Jules medicijnen studeren en werkte hij na de sluiting van de Universiteit Amsterdam in 1943 als administrateur van de bloedtransfusiedienst. Na opleiding tot internist in het Binnengasthuis in Amsterdam o.l.v. Prof. dr. J.G.G. Borst werd hij in 1956 chef de clinique in ons ziekenhuis en parttime docent aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1961 werd hij lid van de medische staf en daarmede in feite de grondlegger van onze maatschap. Zijn vader was in 1933 één van de eerst erkende opleiders interne geneeskunde. Ook hier trad Jules in zijn voetsporen en werd in 1962 hoofdopleider in samenwerking met C.M. Ruland. Tijdens zijn negentienjarig A 5 opleiderschap werden ongeveer honderd assistenten en vele coassistenten opgeleid. Jules was een gedisciplineerd man, die de wetenschap hoog achtte. Zo las hij elk hem toegezonden proefschrift grondig, selecteerde belangrijke artikelen uit de vakliteratuur, waaraan hij bij herhaling tijdens discussies kon re-fereren. Ook was hij uit brede belangstelling geabonneerd op de Scientific American. Gastroscopieën voerde hij vaardig uit en hij besprak deze met röntgenfoto's bij overdrachtsbesprekingen. Hij administreerde systematisch in zijn rechtop staande duidelijk leesbare handschrift. Zo heeft hij ons in 2004 nog voorzien van een handgeschreven overzicht van de geschiedenis van de interne geneeskunde en opleiding tot internist in Nijmegen. Als overtuigd algemeen internist had hij moeite met de noodzaak tot verdere specialisatie, maar werkte ook loyaal mee, toen dit standpunt onhoudbaar bleek. Dezelfde loyaliteit toonde hij na de fusie met het Wilhelminaziekenhuis in 1976. Ook na de overdracht van de opleidingsbevoegdheid in 1981 aan H.B. Benraad bleef hij actief bij de opleiding betrokken. Na pensionering in 1988 kon hij zich wijden aan zijn liefhebberijen: fotografie (hij bewerkte zijn prachtige kleurenfoto's zelf), Latijn, cultuur, geschiedenis, diverse sporten waaronder skie, golf en tennis, en hij organiseerde lange fietstochten met zijn vrouw en zijn Amerikaanse vriend en naamgenoot William Enneking, hoogleraar orthopedie. Met humor kon hij hierover vertellen. Tot op hoge leeftijd bleef hij de patiëntenbesprekingen en refereeravonden in onze kliniek bezoeken en wist daarbij regelmatig de AIOS te bestoken met lastige kritische vragen. Met Jules Enneking is in zijn, al eerder zwaar getroffen familie, een erudiete, beminnelijke, vrijwel onmisbare pater familias verloren gegaan. Wij wensen Maud en kinderen bij het dragen van dit verlies heel veel sterkte toe.
I.H. Go, S. van Nooten, A.S.M. Dofferhoff.

mr Guido Fokke op woensdag 1 December

Geachte collegae,

Tgv een misverstand in de communicatie betreffende de datum, is collega Edward Tan helaas verhinderd zijn voordracht te houden. Wij proberen hem te verleiden tot een voordracht in Februari as.

In plaats van Edward hebben wij mr. Guido Fokke, hoofd juridische dienst CWZ, bereid gevonden eveneens een zeer actueel onderwerp te bespreken: "Actualiteiten uit het Gezondheidsrecht"

Ik neem aan, dat degenen, die reeds hebben toegezegd te komen, bij hun deelname blijven. Zo niet, dan verneem ik dat graag alsnog.
met vriendelijke groet, Roy Go

dinsdag 23 november 2010

Nijmegen, 23 -11-- 2010


Geachte collegae,

Hierbij nodigen wij u uit voor de bijeenkomst van onze vereniging op

Woensdag 1 december om 17. 00 uur
Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359

Onderwerp:
Oorlogschirurgie in Afghanistan, persoonlijke ervaringen van drie uitzendingen.

Spreker: Dr. E. Tan, chirurg UMC Radboud

Menu: 1. Gegrilde gamba's met een risotto van tomaat en koriander en safraan-kreeftensaus
2. Rosé gebraden filet van reebout met bramenjus en mousseline van pastinaak


Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (vis/vlees) na afloop.

Met vriendelijke groet, namens het bestuur
Roy Go

woensdag 17 november 2010

Regulatie en meting van de anesthesie-diepte middels monitoring

Dr. W. Gerrits, anaesthesioloog CWZ dd. 2-11-2010

Hoe ziet het werk van de huidige anesthesioloog eruit? Hoe kan hij/zij patiënten zo goed mogelijk monitoren ofwel hoe bepaalt hij de slaapdiepte? Om daar inzicht in te krijgen moeten we bekijken hoe de (pijn)prikkels die een chirurg teweeg brengt, door het lichaam verwerkt worden en hoe wij dit proces kunnen beïnvloeden.
De toegediende pijnprikkel wordt naar het ruggemerg doorgegeven, waarin via een reflex-boog een motorische reactie teweeg wordt gebracht. Via de lange banen komen de prikkels in het brein waarna opnieuw een reactie ontstaat. Reflexmatig is hierbij ook de (para)sym-pathicus betrokken, die hartslag en bloeddruk aanstuurt. De beïnvloeding van dit proces kan op verschillende posities in dit proces met verschillende groepen medicamenten.
Hierop zijn de drie pijlers van de anesthesie gebaseerd :
1. Pijnstilling via locaal anaesthesie of intraveneuze opiaten: bijvoorbeeld remifentanyl bij de partus, een ultrakortwerkend middel.
2. Slaap: iv ( propofol) of dampvormig. Deze laatste geven minder spierreflexen. Xenon is het middel met de minste cardio-depressiviteit.
3. Spierverslapping bijv. uit de groep met een quaternair ammonium, dat kan worden ge-antagoneerd met een nieuw, door Organon geproduceerd middel : Sugammadex .
Gestreefd wordt naar een evenwicht tussen deze drie pijlers, waarbij het doel is: voldoende anesthesiediepte met de minst mogelijke bijwerkingen. De juiste dosering van de farmaca kan gecontroleerd worden door monitoring : observatie van beweging, pupilreactie, huids-kleur en meting van bloeddruk, hartritme, O2-saturatie en end-tidal dampmeting.
Een relatief nieuwe vorm van monitoring is die van de slaapdiepte middels analyse van een éénkanaals EEG signaal. Er zijn verschillende typen : BISS, Entropy, Narcotrend. Zij verschillen met name in wijze en snelheid waarop het EEG-signaal wordt verwerkt. Het CWZ heeft geko-zen voor de Entropy-monitor. Hierbij wordt naast het EEG- ook het EMG-signaal verwerkt en omgezet in een getal tussen de 0 (zeer diepe slaap) en 100 (wakker) Het gebied tussen de 40 en de 60 geeft een algemene anaesthesie aan, < 40 een diephypnotische staat, 20 een Burst suppression . De Entropy is betrouwbaar in het gebied van de algehele anaesthesie, niet bij getallen boven de 70/80. Voordelen van de slaapdiepte-meting zijn o.a. : minder medicatie nodig, sneller wakker worden. minder hypotensie. Deze vorm van monitoring is geïndiceerd bij bijvoorbeeld de cardiaal belaste patiënt en bij hartoperaties, sectio caesarea, langdurig iv. propofol, epidurale anaesthesie en bij laparoscopie.
In de literatuur zijn verschillende artikelen verschenen die de betrouwbaarheid van slaap-dieptemonitoren betwijfelden. Later verschenen deze bevindingen in de (inter)nationale pers. In 2008 verscheen er zelfs een Hollywoodfilm, “Awake” waarin de angst voor een peroperatief bewust zijn een belangrijk item was. Myler, die in 2004 de betrouwbaarheid aantoonde in de B-aware-studie, beschreef in 2010 het vervolgonderzoek bij ruim 2000 patiënten, die in 2004 een algehele anaesthesie met BISS-monitoring ondergingen. Patiënten waarbij tijdens de operatie gedurende langer dan 5 min een BISS van lager dan 40 gezien werd, hadden een verhoogde kans op een hartinfarct en CVA in de postoperatieve periode.
Deze wijze van monitoring behoeft zeker nog verder onderzoek maar heeft zijn plaats bij bepaalde patiëntengroepen en operaties reeds bewezen. In de toekomst zal verdere ver-betering van de meettechniek en interpretatie plaatsvinden.
Verdere anesthesiologische verbeteringen liggen met name op het gebied van locoregionale anaesthesie met 3D- echografie en in kennis van de farmacokinetiek bij snelle en langzame metaboliseerders.