Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

maandag 12 november 2018

Abstract Ontwikkelingen in Laboratorium Diagnostiek, een Klinisch Chemisch Perspectief


Dorien Rotteveel, Klinisch chemicus CWZ. 


7 /11/2018

In 1972 kwam de eerste chemie analyzer op de markt. Daarna uitbreiding van het aantal aanvraagbare testen tot op dit moment circa 200, leidend tot 8940 verrichtingen per dag. De bepalingen breiden zich uit tot buiten het ziekenhuis, onder meer naar huisartsenpraktijken en zelfs tot de patiënt. Ook is er van oudsher veel aandacht voor kwaliteitscontrole binnen het laboratoria en zijn vrijwel alle klinisch chemische laboratoria in Nederland momenteel ISO geaccrediteerd.
Ontwikkelingen zijn er in technologie, maar ook inhoudelijk. Voorbeeld van een relatief nieuwe biomarker (snelle, goedkope, niet-invasieve, betrouwbare bepaling):  Calprotectine , een leucocyten-specifiek eiwit. Vindt men dit in de faeces, dan wijst dit op een actieve ontsteking in de darm, zodat dit een onderscheid mogelijk maakt tussen Prikkelbare darm syndroom en inflammatoire darmziekten (bv coeliakie of colitis ulcerosa) met een sensitiviteit van 97,7%, specificiteit 89,8% en een positieve voorspellende waarde van 0,96, negatieve voorsp. waarde 0,95. Ander voorbeeld: Troponine T, een specifiek eiwit in myocardspiervezels. Andere markers van myocardschade zijn myoglobine, CKMB en LDH. Troponine heeft echter een hoge piek en is zeer specifiek voor hartspier. De gevoeligheid van de assay is zo hoog, dat in de richtlijnen voor definitie van infarct nu de troponine waarde in combinatie met het symptomencomplex wordt erkend. De test heeft een hoge negatieve voorspellende waarde en is zelfs bruikbaar binnen 0-1 uur na het event. Oude technieken worden verder ontwikkeld en er worden nieuwe toepassingen gevonden. Zo kan het urinesediment nu bijvoorbeeld met flowcytometrie worden bepaald. Hiermee kunnen ook heel gevoelig bacteriën in urine worden aangetoond, waardoor je met deze techniek urine kan voor-screenen waardoor een eventuele kweek kan komen te vervallen.  Met massaspectometrie kunnen heel specifiek bepaalde analyten worden gemeten, en kan in de OK weefsel worden geidentificeerd, wat sneller gaat dan onderzoek door histologie of cytologie.
In het lab vindt steeds verder gaande automatisering plaats. In sommige laboratoria worden zogenaamde tracks, een soort lopende band, gebouwd, waar meerdere analyse apparaten aan gekoppeld zijn. De diagnostiek vanuit een bloedbuisje verloopt dan vrijwel geheel geautomatiseerd.
Hoe zal de diagnostiek er in de toekomst uitzien? Er zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen om bepalingen uit te voeren uit steeds minder materiaal (
1 druppel bloed)Daarnaast zijn er initiatieven om meer diagnostiek bij de patiënt thuis mogelijk te maken: Philips heeft (in de UK) een apparaat ontwikkeld voor het thuis bepalen van Hb, leucocyten, thrombocyten en granulocyten. Toyota heeft plannen naar buiten gebracht om een zelfrijdende robot te ontwikkelen die het lab/ziekenhuiszorg naar de patiënt thuis brengt. (POCT=point of care testing).
Uitdagingen liggen nu vooral in de controle van de kwaliteit en de communicatie in de automatisering (E-Health).

Geen opmerkingen: