Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

woensdag 19 februari 2014

Abstract
  Van wie ben ik er één?
Dr. J.W.J. van der Stappen ,
 klinisch chemicus CWZ.
 dd. 7 Februari 2014.

 DNA typering is onontbeerlijk voor het opsporen van familierelaties en kan een belangrijke rol spelen in de forensische diensten. Het KCL van het CWZ neemt in deze functies een belangrijke plaats in en is één van de vier forensische laboratoria in Nederland. Het onderzoek gebeurt op kernhoudende cellen in bloed(leucocyten), speeksel of wangslijmvlies, spermacellen, haarwortelcellen etc. DNA verwantschapstesten maken gebruik van zowel autosomale en als geslachtchromosomale kenmerken X (X12STR) en Y (Y11 STR). In Nederland heeft 1 op de 1000 vrouwen 3 X chromosomen, waar we dus in de praktijk soms tegen aan lopen. De relaties correleren als volgt: 1-eiige tweeling 100%, 2-eiige tweeling, broer, zus, ouder, kind 50 %, oom/tante, opa/oma 25%, neef/nicht 12,5 %. Typeren van de moeder is belangrijk, omdat dan deze eigenschappen in de test met een vader-kind vraagstelling kunnen worden geëlimineerd. Vaders (XpYp) geven hun Y chromosoom integraal door aan hun zoons en hun X-chromosoom aan hun dochters, Moeders (XmXm) geven een X door aan hun dochters (XpXm), maar ook aan hun zoons (XmYp). Bloedgroep bepalingen bij de ouders en nakomelingen kan soms ook behulpzaam zijn, omdat een vader met bloedgroep B (BB of B0) en moeder met bloedgroep A (AA of A0) wel kinderen met bloedgroep AB of 0 kunnen hebben, maar een vader met bloedgroep B en moeder met bloedgroep 0 (00) nooit kinderen met bloedgroep AB of A kunnen hebben. Behandeld wordt een vraag van een 60-jarige klant, die wilde weten of hij dezelfde vader en/of moe-der had als zijn nichten, waarvan de moeder een zus was van zijn (pleeg-) moeder. Aangetoond kon worden, dat de klant alle X-kenmerken had van zijn nichten. Het was dus zeer waarschijnlijk, dat zij dezelfde moeder hadden. De ouders van klant en de nichten waren overleden, maar vergelijking met de broer van de vader van de nichten gaf geen match, dus klant had niet dezelfde vader. Y-testen van twee broers van zijn vader gaven geen match met hem, dus ook zijn veronderstelde vader was zijn echte vader niet. Veel signalen uit de familie wezen in de richting van incest. Inderdaad had de klant veel homozygote kenmerken 8 VD 15. Dit is een sterke aanwijzing voor incest. De stelling is nu, dat een van de broers van zijn moeder incest met zijn zuster heeft gepleegd en dat de klant als kind werd ondergebracht in het gezin van een zuster van de moeder. Echter leverde Y onderzoek van 2 neven van moeder ( zoons van 2 broers ) geen match met de klant op. Familieleden, die het zouden kunnen weten zwijgen als het graf. Verder onderzoek van andere broers is nog mogelijk, maar het grote aantal onderzoeken hiervoor nodig, is kostbaar ( € 100 per test) en moet door klant zelf worden betaald. De inleider meldt nog, dat in samenwerking met het CWZ de FIOM data bank is opgezet, een natio-nale donor en donorkinderen DNA-databank die de gegevens opslaat van kinderen , die voor 2004 zijn verwekt via anonieme semendonatie. Zo is er een donor, die 30 jaar lang gedoneerd heeft op drie locaties. De databank bevat inmiddels bijna 600 inschrijvingen met wereldwijd de meeste matches. 40 kinderen hebben inmiddels hun donor gevonden; het aantal broers en zusters is tot nu toe > 60. Inmiddels is donatie aan regels gebonden en is het aantal donoren sterk terug gelopen door de opheffing van anonimiteit. Recent was er een donor dragerschap voor taaislijm ziekte waarbij duidelijk werd dat het veelvuldig gebruik van 1 donor ook medische risico’s met zich meebrengt.

Geen opmerkingen: