Agenda 2026

In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

donderdag 3 juli 2014

Zomerborrel 2 juli 2014


















                              Gepost woensdag 11 juni 2014



woensdag 11 juni 2014

maandag 28 april 2014

Geachte collegae,

Hierbij nodigen wij  u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op

                         Woensdag 7 Mei om 16.30 uur

               Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359


Onderwerp: Behandeling van parastomale breuken; op het breukvlak van de breukchirurgie                                   

Spreker: Dr. BiBi Hansson, chirurg CWZ


Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop.

Met vriendelijke groet, namens het bestuur

Roy Go





donderdag 3 april 2014

woensdag 2 april 2014


























woensdag 19 februari 2014

Abstract
  Van wie ben ik er één?
Dr. J.W.J. van der Stappen ,
 klinisch chemicus CWZ.
 dd. 7 Februari 2014.

 DNA typering is onontbeerlijk voor het opsporen van familierelaties en kan een belangrijke rol spelen in de forensische diensten. Het KCL van het CWZ neemt in deze functies een belangrijke plaats in en is één van de vier forensische laboratoria in Nederland. Het onderzoek gebeurt op kernhoudende cellen in bloed(leucocyten), speeksel of wangslijmvlies, spermacellen, haarwortelcellen etc. DNA verwantschapstesten maken gebruik van zowel autosomale en als geslachtchromosomale kenmerken X (X12STR) en Y (Y11 STR). In Nederland heeft 1 op de 1000 vrouwen 3 X chromosomen, waar we dus in de praktijk soms tegen aan lopen. De relaties correleren als volgt: 1-eiige tweeling 100%, 2-eiige tweeling, broer, zus, ouder, kind 50 %, oom/tante, opa/oma 25%, neef/nicht 12,5 %. Typeren van de moeder is belangrijk, omdat dan deze eigenschappen in de test met een vader-kind vraagstelling kunnen worden geëlimineerd. Vaders (XpYp) geven hun Y chromosoom integraal door aan hun zoons en hun X-chromosoom aan hun dochters, Moeders (XmXm) geven een X door aan hun dochters (XpXm), maar ook aan hun zoons (XmYp). Bloedgroep bepalingen bij de ouders en nakomelingen kan soms ook behulpzaam zijn, omdat een vader met bloedgroep B (BB of B0) en moeder met bloedgroep A (AA of A0) wel kinderen met bloedgroep AB of 0 kunnen hebben, maar een vader met bloedgroep B en moeder met bloedgroep 0 (00) nooit kinderen met bloedgroep AB of A kunnen hebben. Behandeld wordt een vraag van een 60-jarige klant, die wilde weten of hij dezelfde vader en/of moe-der had als zijn nichten, waarvan de moeder een zus was van zijn (pleeg-) moeder. Aangetoond kon worden, dat de klant alle X-kenmerken had van zijn nichten. Het was dus zeer waarschijnlijk, dat zij dezelfde moeder hadden. De ouders van klant en de nichten waren overleden, maar vergelijking met de broer van de vader van de nichten gaf geen match, dus klant had niet dezelfde vader. Y-testen van twee broers van zijn vader gaven geen match met hem, dus ook zijn veronderstelde vader was zijn echte vader niet. Veel signalen uit de familie wezen in de richting van incest. Inderdaad had de klant veel homozygote kenmerken 8 VD 15. Dit is een sterke aanwijzing voor incest. De stelling is nu, dat een van de broers van zijn moeder incest met zijn zuster heeft gepleegd en dat de klant als kind werd ondergebracht in het gezin van een zuster van de moeder. Echter leverde Y onderzoek van 2 neven van moeder ( zoons van 2 broers ) geen match met de klant op. Familieleden, die het zouden kunnen weten zwijgen als het graf. Verder onderzoek van andere broers is nog mogelijk, maar het grote aantal onderzoeken hiervoor nodig, is kostbaar ( € 100 per test) en moet door klant zelf worden betaald. De inleider meldt nog, dat in samenwerking met het CWZ de FIOM data bank is opgezet, een natio-nale donor en donorkinderen DNA-databank die de gegevens opslaat van kinderen , die voor 2004 zijn verwekt via anonieme semendonatie. Zo is er een donor, die 30 jaar lang gedoneerd heeft op drie locaties. De databank bevat inmiddels bijna 600 inschrijvingen met wereldwijd de meeste matches. 40 kinderen hebben inmiddels hun donor gevonden; het aantal broers en zusters is tot nu toe > 60. Inmiddels is donatie aan regels gebonden en is het aantal donoren sterk terug gelopen door de opheffing van anonimiteit. Recent was er een donor dragerschap voor taaislijm ziekte waarbij duidelijk werd dat het veelvuldig gebruik van 1 donor ook medische risico’s met zich meebrengt.

vrijdag 7 februari 2014

donderdag 30 januari 2014

Nijmegen, 26 -01-- 2014

 Geachte collegae, Hierbij nodigen wij u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op

 Woensdag 5 februari om 16.30 uur Hostellerie Rozenhof,

Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359

 Onderwerp:
 Van wie ben ik er één? (een spannende detective met een speurtocht van 2 jaar! Aangevuld met actuele informatie over een DNAdata base van donor kinderen) 

Spreker: Dr. J.W.J. van der Stappen 

 Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop.
Nijmegen, 26 -01-- 2014 Geachte collegae, Hierbij nodigen wij u uit voor de maandelijkse bijeenkomst op Woensdag 5 februari om 16.30 uur Hostellerie Rozenhof, Nijmeegsebaan 114, tel. 3230359 Onderwerp: Van wie ben ik er één? (een spannende detective met een speurtocht van 2 jaar! Aangevuld met actuele informatie over een DNAdata base van donor kinderen) Spreker: Dr. J.W.J. van der Stappen Ivm. reservering van zitplaatsen gaarne een berichtje of u komt en of u deelneemt aan de maaltijd (keuze uit her menu) na afloop. Met vriendelijke groet, namens het bestuur Roy Go

Bijeenkomst 5 februari 2014

donderdag 9 januari 2014

Nieuwjaarsreceptie en diner 8 januari 2014 De Roozenhof

maandag 18 november 2013

Abstract PORTRETTEN, PRENTEN EN FRONTPAGINA’S VAN ACADEMISCHE MEDICI IN D 17DE EEUW. dr. H.W.O. Deleu. 9 November 2013

            Wij belichten het verschijnen en de betekenis van de academische medische confrère in de zeventiende eeuw aan de hand van zijn presentatie in de kunst van die tijd. In een bijna sacrale sfeer van de aula of Senaatskamer wordt een protocollair gedirigeerd academisch steekspel (of spektakel?) opgevoerd tussen oudmodisch ‘gekostumeerde’ hooggeleerde opponenten in toga en baret en de promovendus. Deze laatste voegt met zijn proeve van academische bekwaamheid enerzijds grandeur toe aan de hoogstaande kwaliteit van het academische bestel. Anderzijds beoogt het feestelijk spel ook een garantie te geven voor het behoud van dit niveau in de toekomst. De grotendeels toch ceremoniële gebeurtenis verbindt een intellectueel verleden met de toekomst: er is een samenspel van jonge én rijpe intelligentsia in discussie over een wetenschappelijk item.
De universiteit, een universitas magistrorum et scholarium (gemeenschap van meesters en scholieren die na de Latijnse school of het Athenaeum Illustre via verdere studie een hogere graad halen), creëert een in de beeldkunst zichtbare noblesse de robe met aristocratisch elitaire gedragingen  en leefwijze.

Bij een wandeling langs Senaatskamers van Nederlandse universiteiten valt dadelijk op dat de medische magistri in de zeventiende eeuw veruit in de minderheid zijn. Een telling zou wellicht aantonen dat theologen, rechtsgeleerden, letterkundigen en filosofen, alsmede wis- en natuurkundigen in groter aantal dan medici figureren op de muren. De impact van hun medische kennis in het sociale en economische milieu van de zeventiende eeuw is uiteraard vele malen kleiner  dan de inbreng van eerstgenoemde groepen academici.
Algemeen valt bij de studie  van de officiële portretten van academische medici  de grote eenvormigheid van compositie op. Men kan zelfs spreken van monotonie. Er zijn slechts enkele uitzonderingen met een levendige en fantasievolle portrettering.
Hoewel het aantal onderzochte officiële portretten gering is, bestaat toch  de neiging om een rechts aanziend portret  als de meest voorkomende  optie te duiden bij een Senaatskamerportret waarbij de geleerde een zekere distinctie,  distantie en autoriteit wil uitdrukken. Bij meer ‘gemoedelijke’ portretten uit de privé sfeer is een links aanzien eerder de regel. De studie toont bij twintig personen geen enkel relevant attribuut. Zeer zeldzaam vindt men op het Senaatskamerportret een wapenschild of een ander genealogisch embleem weergegeven.
Een medisch instrument vindt men  – afgezien van de anatomische lessen – bij Solingen en bij Bidloo. Deze laatste is de enige met een mes dat hij geopend in de richting van de beschouwer toont!
Het klassieke doceergebaar voor een magister treft men slechts vier maal aan bij: bij Schuyl, Dekkers, Tulp en bij Solingen, die geen hoogleraar was.
Tenslotte valt  de onderlinge uitwisselbaarheid op van schilderijen van één persoon. Zo is de pose voor het officiële portret van van Diemerbroeck (Univ. Utrecht)  ook gebruikt voor twee prenten van hem.
Enkele portretten uit Leiden en uit Amsterdam vallen op door een harmonische compositie en kleur-stelling, alsmede door de inbreng van inventieve details. De schilders uit het Westen van het land die deze portretten schilderden in die periode, behoren duidelijk tot een hoger niveau dan elders in de Republiek. Daar was een monotone beeldcompositie de regel..
In Franeker en Harderwijk lagen de prioriteiten bij het portretteren van theologen, juristen en filosofen hoger dan voor dokters en lijkensnijders.
 Het hoogleraarportret, bedoeld voor de Senaatskamer is een eerder afstandelijke zakelijke transactie geweest tussen de curatoren van een universiteit en de schilder. Het feit dat in 1735-37 én in 1964 als het ware een achterstand is ingelopen door ofwel portretten te verzamelen via de erven van een hoogleraar, of door vanuit beschikbare prenten alsnog een schilderij te laten maken, onderstreept dit nog. Men wilde vooral voor latere generaties een tastbare beeltenis van de vroegere geleerden hebben. Deze clarissimi viri strekken de universiteit tot eer en fungeren ter zelfdertijd als educatieve relieken voor een jongere generatie geleerden en aankomende wetenschappers  die de Senaatkamer betreden:
De oude garde als een lichtend voorbeeld voor de toekomst! De grafische prent en de titelpagina van wetenschappelijk werk zijn door hun technisch eenvoudige reproduceerbaarheid hét middel bij uitstek tot internationalisering en verspreiding van zowel de beeltenis als het wetenschappe-lijke gedachtegoed van een geleerde. Deze als het ware ‘mobiele kunst’, losgemaakt van de muren van Senaatskamers en meer publieke ruimten zoals bibliotheken en dergelijke, bevorderen quasi ongemerkt ook het vertrouwen dat men induceert in wetenschappelijke arbeid via een prent of een frontispice. Beide kunstvormen zijn met elkaar verweven via de boekdrukkunst die om commerciële reden of uit esthetisch oogpunt de geleerde samen met zijn geestesarbeid in de zeventiende eeuwse werkkamer, huiskamer of salon brengt.

De grafische prent en de titelpagina van wetenschappelijk werk zijn door hun technisch eenvoudige reproduceerbaarheid hét middel bij uitstek tot internationalisering en verspreiding van zowel de beeltenis als het wetenschappelijke gedachtegoed van een geleerde. Deze als het ware ‘mobiele kunst’, losgemaakt van de muren van Senaatskamers en meer publieke ruimten zoals bibliotheken en dergelijke, bevorderen quasi ongemerkt ook het vertrouwen dat men induceert in wetenschappelijke arbeid via een prent of een frontispice.
De grafische portretprent staat nog dicht bij het embleem vanuit de renaissance.

            Bij voorpagina-prenten van medici wordt de centrale afbeelding vaak geschraagd door anato-mische of  botanische attributen. Soms  heeft men te maken met omvangrijke, kunstig in elkaar gevlochten afbeeldingen met een diepere symbolische, mythologische of Bijbelse en beroepsgebonden betekenis. Maniëristisch uitgewerkte allegorieën verraden een voortbouwen op de bekende portretcycli uit de Renaissance. De attributen die besproken zijn, verwijzen veelal naar het medisch-anatomisch of botanische vak: een mes of andere anatomische instrumenten, een meetapparaat, een skelet of delen ervan, een spierman, een klisteerspuit, allerlei bloemen, planten en zaden alsmede de hoorn des overvloeds. In veel titelpagina’s ziet men allegorische, mythologische verwijzingen, vaak toch naar de klassieke medische wereld: Apollo als god van de geneeskunde, Asklepios en dochter Hygieia (gezondheid), Dioscurides en lauwerkransen en lauriertakken. Deze verwijzingen naar de klassieke fundamenten van de geneeskunde beogen bij de lezer de soliditeit en het waarheidsgehalte van de teksten te onderstrepen. De aanwezigheid van een menselijk lijk op de titelpagina onderstreept mijns inziens ook een garantie aan de lezer dat de inhoud gaat over menselijke anatomie. Renaissance.
 Aan het eind van de zeventiende eeuw neigt de persoonsverheerlijking op de prenten af te nemen, waarbij tevens het overvloedige bijwerk  iets minder uitvoerig en eenvoudiger wordt.

            Aangegeven wordt tenslotte, dat er nog tot ver in de zeventiende eeuw een soms hardnekkige strijd bestond tussen die geleerden die Hippocrates en Galenus trouw bleven en zij die progressieve nieuwe wegen wilden bewandelen.

In de discussie wordt duidelijk dat de geneeskundige zorg voor de patiënt voornamelijk werd uitge-voerd door de barbiers. De medische magistri beperkten zich tot wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en een enkel consult.

Dr. Herman O.W. Deleu

                                              






vrijdag 25 oktober 2013

De Hollandse Hippocrates

Abstract De Hollandse Hippocrates,

dr. F. Werner, 1 Oktober 2014

 Pieter van Foreest 1521-1597. 

Zijn grafschrift wordt in 1645 in de Kronyck van Alkmaar als volgt vermeld: "Als er ooit een Hollandse Hippocrates is geweest, dan was hij het". 
1521 geboren in Alkmaar, volgde hij in 1529 de Latijnse school.
1536-1539 studie medicijnen in Leuven.
1540-1543 studie en praktijk in Bologna.
1543 Promotie tot doctor medicinae op een discussie over klassieke geschriften van Galenus en Hippocrates.
1544-1546 verzamelen van kruiden in Rome, Parijs en en praktijk in Pithiviers.
1546-1557 Praktijk in Alkmaar.
1557-1595 Stadsgeneesheer in Delft, waar hij de pestepidemie bestreed. In de epidemie overleden 6500 van de 25.000 inwoners. De toenmalige geneeskunde zag ziekte als een toestand, die niet overeenstemt met de natuur. De menging van de levensvloeistoffen bloed, gal, water en slijm bepaalt het temperament. Behandeling berust op het tegengaan van onevenwichtigheid van kwaliteiten en humoren. Er was dus geen standaardbehandeling. Beoordeeld moesten worden het huidige en het natuurlijke temperament en de huidige en vroegere levenswijzen. Altijd moest een patiënt in diens eigen omgeving worden beoordeeld. Eerst moesten leefregels, daarna medicatie en daarna pas eventueel chirurgie worden geadviseerd. Hij publiceerde: 1300 ziektegeschiedenissen in 42 boeken, na zijn dood in 1609 gebundeld en uitgegeven als Opera Omnia. Ruim twee eeuwen behoorde dit werk, ook volgens Boerhave in 1729, tot de canon van de medische literatuur. Het bevatte ook 290 literatuurverwijzingen, een voor die tijd een enorm aantal Taak van de stadsgeneesheer: - Behandeling van zieken met onvoldoende middelen. - Adviseren van de overheid door oa. toezicht op apotheken, opleiding van chirurgijnen, toezicht op het waterpeil van de grachten. - contrôle op onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. - voeren van de particuliere praktijk. Contacten met de Prins van Oranje:
1574 Eerste consult in Rotterdam,
10/7/1584 Met Cornelis Buzennius: Sectie en balseming van het stoffelijk overschot . Hij was geen lijfarts van de prins, omdat hij dan zijn functie als stadsgeneesheer van Delft moest opgeven.
8-2-1575 Opening van de Leidse Universiteit waar hij benoemd werd tot doctor en professor in de medicijnen.
 1595 Terug naar Alkmaar. Vrouw en 4 kinderen waren inmiddels overleden. Hij werd geroemd als arts in de traditei van Hippocrates: humaan, zorgvuldig en bescheiden.
https://docs.google.com/viewer?attid=0.1&pid=gmail&thid=141ef7074e98466e&url=https%3A%2F%2Fmail.google.com%2Fmail%2Fu%2F0%2F%3Fui%3D2%26ik%3D1739f76adc%26view%3Datt%26th%3D141ef7074e98466e%26attid%3D0.1%26disp%3Dsafe%26zw&docid=aab7d1dea833cd28ae9b1544a9918665%7Cb3ab78e79ea31bbb9c727d33070c87c0&a=bi&pagenumber=1&w=800