Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

donderdag 6 juni 2013

Abstract De Nederlandse bijdrage aan de Ontwikkeling van de Neurochirurgie in Indonesië

door A.Keijser, Sajid Darmadipura, J.A.N. van der Spek. 

1 mei 2013

Drie vragen worden besproken :                                                                                                                                                                    - Hoe zijn de Nederlanders in Indonesië gekomen?                                                                                                   - Hoe is de ontwikkeling van de Gezondheidszorg in Indonesië geweest?                                                                   - Hoe is de neurochirurgie in Indonesië tot stand gekomen?
De Nederlanders  zijn met Cornelis de Houtman (1565-1599) voor het eerst in 1596 naar Indië ge-gaan, omdat  zij door een blokkade van Lissabon door Philips II, aldaar  geen specerijen meer konden kopen van de Portugezen, die al lang in het Oosten van Indië hun contacten hadden. De VOC werd opgericht in 1602 met een hoofdkantoor in Amsterdam en kreeg een octrooi op de specerijenhandel als staatsbedrijf. Vanaf die tijd vestigde zich de VOC in Indië waar de Portugezen werden verdrongen . Toen In 1798 de VOC failliet ging werd het bewind daar  overgenomen door de Bataafse Republiek en vervolgens later , in 1813, door het Koninkrijk der Nederlanden.
De gezondheidszorg vond in Indië op 3 niveaus plaats: de Indonesische geneeskunde werd beoefend door kruidendokters (Doekoens),m.b.v. massage en bezweringen, door  Chinese artsen  met diag-nostiek door voelen van de pols en behandeling met kruiden en acupunctuur en door de Europese chirurgijns, die aanvankelijk als scheepschirurgijn meekwamen, maar later ook verbonden waren aan de versterkte plaatsen van de VOC. Echte doctores medicinae kwamen zelden naar Indië.  Een uitzon-dering was Jacob  Bontius die in de 17de eeuw een zestal jaren daar verbleef en ook een geneeskun-dige verhandeling schreef.  Wouter Schouten monsterde in 1658  als chirurgijn aan op een schip van de VOC. Terug in Haarlem  schreef hij later op grond van zijn ervaringen een uitgebreide verhande-ling over traumatische schedel-hersenletsels.   Later werden de chirurgijns vervangen door officieren van gezondheid, opgeleid op de Rijkskweekschool voor Militaire geneeskunde, eerst in Leiden, later in Amsterdam. Inmiddels was in 1830 het KNIL opgericht. Er was weinig aandacht voor de gezond-heidszorg voor de inlandse bevolking totdat in de 19de eeuw omvangrijke epidemieën de noodzaak daarvan duidelijk maakten. In 1850  werden er in Nederlandsch Oost Indië  de volgende aantallen gezondheidswerkers geteld;  11.421 doekoens, 268 chinese artsen, 128 militaire officieren van Ge-zondheid en 29 civiele artsen. Willem Bosch (1818-1854), kolonel arts en hoofd van de Militair Ge-neeskundige Dienst,organiseerde  in 1850 een opleiding voor inlandse vaccinateurs en inlandse ge-neeskundigen( dokter Djawa), die Indonesisch gekleed dienden te blijven en zo een brug konden vor-men naar de inlandse bevolking, die argwanend stond t.o.v. de Westerse Geneeskunde. Er waren in die tijd 3 grotere militaire hospitalen , n.l. in Batavia, Semarang en Surabaja. De opleiding   van de inlandse geneeskundigen vond plaats in het Militair Hospitaal in Weltevreden met Officieren van Gezondheid als leraren. De duur van de opleiding was aanvankelijk 2 jaar, later 5, en uiteindelijk 7 jaar.  De uitbreiding van het medische onderwijs ging gestaag:1853 de Dokter Djawa school:  rond 1900 de STOVIA ( School tot Opleiding van Inlandse Artsen), 1920 de Centrale Burgerlijke Zieken-inrichting ( nu Academisch ziekenhuis), met daarnaast het nieuwe STOVIA gebouw dat in 1927 tot Geneeskundige Hoogeschool word getransformeerd , en nu sinds 1950  de faculteit voor Genees-kunde huisvest.  Het Eijkman Laboratorium voor Pathologische Anatomie en Bacteriologie,op het-zelfde terrein,  functioneert ook nu nog, zij het met een andere taakstelling.                                                                                                                                          In 1913 werd in Soerabaya de NIAS (Ned.Indische Artsen School ) opgericht met eenzelfde doelstel-ling als de Stovia in Batavia. Ook deze instelling heeft zich tot medische faculteit ontwikkeld ( van de Airlangga Universiteit)  (onze co-auteur Sajid is hier na zijn emeritaat als hoogleraar neurochirurgie, ook nu nog actief als leerstoelhouder in de Medische Ethiek). Het CBZ van  Surabaya , dat oorspron-kelijk gelegen was op  Simpang, werd later verplaatst en heet thans het  Akademisch  Dr. Sutomo ziekenhuis.   Nadat sinds 1906 er subsidiemogelijkheden ontstonden ter ondersteuning van het stichten van particuliere (lees: missie en zendings-) ziekenhuizen, is het aantal ziekenhuizen dat ook ter beschikking van de Inlandse bevolking stond  aanzienlijk toegenomen. Ook de aan onderneming-en (zoals plantages ) verbonden ziekenhuizen mogen niet onvermeld blijven.  Gedurende de Japanse bezetting van 1942 – 1945   werd het leeuwendeel van de geneeskundige zorg verricht door Indone-sisch medisch personeel, vaak onder leiding van Japanners.                                                                              Op 17-8-1945  volgde de onafhankelijkheids verklaring van Indonesië door  Sukarno en Hatta.  De neuropsychiater Van Wulfften Palthe die vanaf 1930 in Batavia  als zenuwarts had gewerkt,  en C.H. van Lenshoek, die zelf geboren was in Semarang en als neurochirurg in Amsterdam werkte, maakten in 1945 een plan om te voorzien in neurochirurgische zorg in Indonesië. In Nederland had de neuro-loog Brouwer in 1929 de neurochirurgie geïntroduceerd in Amsterdam. In het Prinses Margriet Hos-pitaal te Batavia /Jakarta werd in 1948 een neurochirurgische afdeling opgericht.  Binnen de Neuro-chirurgische Studie Club werd door de daar vergaderde Nederlandse neurochirurgen besloten dat van de tot dan toe in Nederland opgeleide   neurochirurgen er bij   toerbeurt  steeds 1 neurochirurg 6 maanden naar Indonesië zou gaan,om daar te voorzien in de neurochirurgische zorg.  Deze voor-ziening heeft  van 1948 tot en met 1953 ( dus ook na de soevereiniteitsoverdracht  op 27 December 1949) goed voldaan. Verder werd  er een afspraak gemaakt om intussen Indonesische artsen in Nederland op te leiden tot neurochirurg, zodat die nadien deze taak op zich zouden kunnen nemen.
De eerste Indonesische arts die werd opgeleid was Handoyo die van 1948 tot 1952 werd opgeleid door Dr Arnold de Vet In de St. Ursula Kliniek te Wassenaar, en die in 1953 als eerste Indonesische neurochirurg te Jakarta ging werken. Van 1954 tot 1958 werd  Basoeki Wirdjowidjojo opgeleid door Sjel de Grood  In het St. Elisabeth Ziekenhuis te Tilburg. Dr Basoeki werd vervolgens de eerste neuro-chirurg, die in Surabaya de neurochirurgie voor Oost Indonesië zou gaan ontwikkelen. Tussen 1962 en 1969 werden In Groningen in het Algemeen Provinciaals, Stads en Academisch Ziekenhuis door Lenshoek , en later door Jan Beks, drie Indonesische neurochirurgen opgeleid; Oen , Gwan Go, en Padmosantjojo. Van deze drie is alleen Padmosantjojo naar Indonesië terug gekeerd waar hij in Jakarta ging werken. In het Neurochirurgische Centrum Nijmegen werden o.l.v. Fons Walder vier neurochirurgen voor Indonesie opgeleid ; Sajid Darmadipura (1971 – 1975) ,Umar Kasan (1975 – 1979) , Hafid Bajamal (1979 – 1983), en Paulus Sudiharto, die in 1979 een stage van één jaar liep als aanvulling op zijn opleiding door Handoyo in Jakarta. Nadat de Ursula Kliniek te Wassenaar verhuisd was naar de Westeinde Kliniek te Den Haag kwam daar van 1981 -1982 Abdul Gofar Sastrodiningrat , die bij Iskarno was opgeleid in Bandung, voor een stage van een jaar bij Martin van Duinen. In 1989 liep Endro Basuki Sadjiman een stage van één jaar bij Guus van Alphen in het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Naast deze negen neurochirurgen die na hun terugkeer naar  Indonesië de neurochirurgie in hun vaderland verder hebben ontwikkeld, werden nog vijf Indonesische neurochirurgen opgeleid , die , tegen de bedoeling in , na hun opleiding in Nederland bleven; Karel Lie (Tilburg), Indra Tjaha (Slotervaart Amsterdam);Gwan Go (Groningen);Oen (Groningen); Gjap Tan (Neuroradiologie Tilburg).
Sinds 1984 bestaat er een Indonesische Neurochirurgische Vereniging en  worden de neurochirurgen in Indonesië zelf opgeleid. Na hun basisopleiding wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van buiten-landse stages en fellowships voor het verwerven van de modernste vaardigheden en technieken. Er zijn Inmiddels in Indonesië vier erkende  neurochirurgische  opleidingscentra centra;  Jakarta, Surabaja, Bandung en Medan.
 Er zijn nu 174 neurochirurgen werkzaam in Indonesië in 32 steden verdeeld over de gehele archipel; desondanks bestaat er nog steeds een onderbezetting: 1 neurochirurg op 1.400.000 inwoners ( in Nl 1/141.800). Sinds 1990 is er jaarlijks een nascholingscursus van de Dutch Foundation for post-graduate Medical Courses in Indonesia, waarvoor het initiatief in 1986 werd genomen door Prins Claus en de Groningse neurochirurg Jan Beks.
I.H. Go, notulist. / A.Keyser


Geen opmerkingen: