VOORDRACHT
Inleider: dr. H. Samwel, Klinisch psycholoog CWZ en UMC St Radboud.
18 aanwezige leden op VOMS bijeenkomst dd. 3 maart 2010.
Doelstelling: Welke psychologische factoren hebben invloed op:
1. De intensiteit van de pijnbeleving en de daarmede samenhangende functione- le beperkingen?
2. De effecten van pijn behandeling.
Begonnen wordt met het confronteren van de aanwezigen met een aantal stel-lingen. Hierbij blijkt dat pijn niet persé gevoeld wordt als we gewond zijn. De hersenen beslissen wanneer we pijn waarnemen en zenuwvezels kunnen reage-ren door de prikkeldrempel aan te passen..
Van de algemene populatie blijkt 19% chronische pijn te hebben, 59% daarvan heeft pijn langer dan 2 jaar, 21% van de groep chronische pijn heeft tevens een gediagnosticeerde depressie.
Pijn kan worden gedefinieerd als een onplezierige sensorische en emotionele er-varing, die gepaard gaat met (mogelijke) weefselbeschadiging (IASP 1979). Of:
Pijn is wat degene die pijn heeft, zegt dat het is en het bestaat telkens als hij zegt, dat het bestaat (Ms Caffery 1979)
Biomedische, psychologische en sociale factoren hebben invloed op pijn en be-ïnvloeden elkaar ook onderling.
Onderzoek bij 54 patienten met chronische nekpijn die een RF-laesie behandeling ondergingen toonde aan, dat er nauwelijks een correlatie bestaat tussen pijn-verandering en fysieke beperkingen en tussen catastroferen vóór behandeling en de pijnverandering.
Bij chronische pijn kan vaak geen weefselbeschadiging worden aangetoond.
Alle elementen van ons zenuwstelsel vertonen plastische veranderingen, die het
geheugen vormen van leer- en ervaringsprocessen. Ook chronische pijn geeft deze veranderingen,waarvoor echter vooralsnog geen medische behandeling bekend is. Bekend is bij bepaalde vormen van chronische pijn de manuele behandeling door mevrouw Shinka, een manueel therapeute in Macedonië, die de pijnlijke extremiteit buigt door de pijn heen. Bij pijn treedt een cyclus van emoties, gedrag en cognities op.
Chronische pijn → catastroferen → angst en hulpeloosheid → vermijdings-gedrag → depressie → chronische pijn.
Alternatief: chronische pijn → acceptatie →conrfontatie → herstel.
Pijn kan leiden tot vermijdingsgedrag (vrees voor pijn) of overbelasting (vrees voor falen).
Door op de polikliniek op een kaart acceptatie, hulpeloosheid, bewegingsangst, algemeen welbevinden, verwachting van de patiënt tov behandelcentrum, attri-butie en beperkingen semikwantitatief te scoren, kan de diagnose worden verfijnd en de daaruit voortvloeiende behandeling worden verbeterd en het succes ervan door nametingen worden vastgelegd.
dr. I.H. Go, notulist.
Agenda 2026
1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.
Blogarchief
donderdag 25 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten