Hoe houden we het tot de laatste werkdag toe, prettig vol?
Inleider: Rick Poels, neuroloog, CWZ 3 Februari 2010.
De inleider was Tactisch Manager Medische staf (TMM), tevens aanspreekmanager voor oudere specialisten in het CWZ, die de laatste jaren voor hun pensionering in de problemen waren gekomen. Over het onderwerp bestaat vrijwel geen literatuur. Samen met het bureau Sibbing- Van de Wateler werd een discussie avond voor de medische staf hierover opgezet, die met veel enthousiasme werd aangehoord. Bij een rondgang langs de maatschappen over de effectuering van een beleid voor de oudere collegae werd echter teleurstellend gereageerd:
1. De maatschap was te klein
2. De maatschap was nu eenmaal op productie gericht.
3. De maatschapsvorm houdt nu eenmaal in, dat de maten zelf moeten zorgen voor sociale voorzieningen.
4. Hoe kon je er zeker van zijn, dat dezelfde, nu eventueel in te nemen tegemoetkomende hou-ding zal worden ingenomen door in de toekomst ingetreden maten tov. de dan ouderen.
De teleurstellende resultaten noopten de TMM, mede omdat de functie begin dit jaar verviel, de verdere uitvoering aan een eventuele opvolger over te laten.
De argumenten vóór invoering van een “ouderen”beleid zijn:
1. De belastbaarheid en effectieve productie van de mens neemt met de leeftijd na het 45-50e jaar af.
2. Preventie van burned out geraken.
3. De oudere maten zijn meestal wel bereid om een gedeelte van hun inkomen navenant aan de verkorting van de arbeidstijd in te leveren
4. Behoud van expertise in de maatschap.
5. Herverdeling van werk, zoals grotere bijdrage aan managementtaken, opleiding, landelijke vakverenigingen kan aan de ouderen worden toegewezen. De maatschap zal dan wel eerst een besluit moeten hebben genomen, hoever zij aan deze projecten wil medewerken.
6. Verbetering van de collegiale sfeer in de maatschap en het scheppen van een voorbeeld of precedent voor de eigen oudere leeftijdsjaren.
Contra-argumenten:
1. De maatschapsvorm houdt in, dat een volledig ondernemersrisico door de leden wordt gedragen: WAO, faillissement, bedrijfsrisico’s (kosten, werkruimte, wanbetalers, verande-rend overheidsbeleid, aansprakelijkheid), pensioenregeling, financiering.
2. Er moet voldoende opvang blijven voor waarneming, diensten, overleg.
3. Er moet motivatie zijn om de problemen van een ander op te lossen, terwijl er geen zeker-heid is, dat de anderen dat ook voor jou zullen doen.
Tijdens de gesprekken met de maatschappen bleek ook, dat de pas tot de maatschap toegetreden specialisten eigenlijk niet voldoende waren ingewerkt in bovengenoemde problematiek. De TMM heeft daarom aangedrongen op de vorming van jaargroepen (jaarclubs), waarbinnen over elkaars problemen gesproken kan worden.
Roy I. H. Go, notulist.
Agenda 2026
1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.
Blogarchief
vrijdag 26 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten