Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

maandag 26 september 2011

Verslag voordracht Dr Ph. Edixhoven

Een speciale vorm van post-specialisatiespecialisatie voor alle medische specialismen.

Dr. Ph.J. Edixhoven orthopaedisch expert

In het strafrecht zijn medici als deskundigen (en daarmee ook de rechtspraak) enkele malen gigantisch de mist ingegaan: 1984 de Zaanse paskamermoord, 1994-2008 de Puttense moordzaak, 2000 de Schiedamse parkmoord, 2003 Lucia de Berk (meer statistisch).
Dit heeft geleid tot maatregelen van de Overheid om de kwaliteit van de door het Openbaar Ministerie geconsulteerde deskundigen te borgen.
Sinds Januari 2010 is, na overleg tussen OM , politie, Raad voor Rechtspraak en Orde van Advocaten de Wet Deskundigen in Strafzaken ingesteld en tevens het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD). Dit register is nu opengesteld voor DNA-analyse deskundigen, handschriftdeskundigen, forensisch psychologen en ortho-pedagogen, maar nog niet voor medisch deskundigen.
Een probleem voor het NRGD is het inhoudelijk toetsen ten behoeve van de (her)certificering. Juristen kunnen dat uiteraard niet. Hier ligt een rol voor de beroepsgroepen, die kunnen zorgen voor richtlijnen, opleiding, bij- en nascholing, toetsing en visitatie. Het NRGD betreft nu uitsluitend strafrecht, maar in de toekomst ook bestuursrecht en civiel recht. (Verzekeringen, aansprakelijkheid etc.). Bij de schatting van de schade in geval van aansprakelijkheidszaken moeten klachten en anamnestische beperkingen van het 'slachtoffer' wel in relatie staan tot de schade als ongevalsgevolg. Het gaat vooral om beperkingen in de mogelijkheid om zijn/haar beroep uit te kunnen oefenen, ten behoeve van de bepaling van het verlies- aan verdienvermogen. Een status na talusfractuur bijvoorbeeld kan leiden tot forse beperkingen voor duwen en trekken, maar niet of vrijwel niet voor zittend werk.
De belangen in het kader van de aansprakelijkheidsverzekeringen, die vaak verplicht zijn en onderhevig aan wettelijke bepalingen, zijn vele malen groter dan de belangen bij ongevallenverzekeringen, daarom wordt in deze voordracht vooral gefocust op de problemen rond rapportages bij aansprakelijkheidszaken.
Het in de titel genoemde 'alle medische specialismen' slaat op de medische beroepsaansprakelijkheid: binnen elk medisch specialisme heeft men te maken met beroepsaansprakelijkheidszaken. Dat wil dus zeggen dat binnen elk specialisme rapporteurs beschikbaar moeten zijn.
In vakgebieden als psychiatrie, orthopaedie, neurologie, en in mindere mate algemene heelkunde, KNO, oogheelkunde, pulmonologie worden zeer vaak deskundigenrapportages gevraagd in het kader van schade-afwikkeling van verkeers- en arbeidsongevallen.
In de oude situatie was rapporteren vrij gemakkelijk en waren de belangen van partijen overzichtelijk. Dat is echter veranderd om 2 redenen.
1. De wetgeving en jurisprudentie rond aansprakelijkheid is sterk gewijzigd. Schade moet ruim worden toegerekend, ook bij predispositie. De jaarschades (verschil tussen het hypothetisch inkomen zonder en met ongeval) moeten worden gekapitaliseerd tot het einde van het werkzame leven. Alleen als predispositie zonder ongeval vrijwel zeker ook had geleid tot verminderd inkomen dan vervalt dat voordeel.
Een goed medisch deskundigenrapport leidt tot een harmonische afwikkeling tussen partijen met hun advocaten en medisch adviseurs. Omgekeerd: het is vaak een gevolg van het gegeven dat het rapport niet optimaal is dat partijen eindeloos blijven steggelen.
2. De andere factor die sterk is veranderd betreft de medische opleidingen. De moderne opleidingen (CCMS) zijn zodanig gestructureerd dat er geen ruimte meer is voor opleiding in het rapporteren.
Doordat enerzijds de eisen van rapporteren zijn toegenomen en anderzijds de belangstelling voor het rapporteren door de opleidingen minder is geworden zijn er slechte deskundigenrapporten geproduceerd, die hebben geleid tot veel klachten bij Tuchtcolleges.
In reactie daarop heeft het Centraal Medisch Tuchtcollege een set van eisen opgesteld waaraan medische rapportages moeten voldoen.
Een aantal specialisten van verschillende disciplines hebben daarna in samenwerking met de Vereniging van Medisch Adviseurs (GAV) richtlijnen opgesteld, waaraan elk medisch rapport moet voldoen.
De KNMG vond die richtlijnen zo goed dat het federatiebestuur deze richtlijnen in januari 2008 algemeen bindend heeft verklaard voor alle medische specialismen. Vervolgens hebben diezelfde medici een vereniging opgezet, de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage, in het belang van de verbetering van de kwaliteit van medische rapportages, opleiding, toetsing en certificering.
Het hierboven reeds genoemde NRGD, dat zich geplaatst ziet voor het zeer moeilijke probleem om de kwaliteit van deskundigenrapportages te borgen, maakt dankbaar gebruik van deze kwaliteitsontwikkeling van de NVMSR, en heeft, via het Ministerie van Justitie, een startsubsidie gegeven voor 3 jaar, teneinde de vereniging en een register van getoetste rapporteurs op poten te zetten. Zoals op dit moment de strafrechter verplicht is om deskundigen uitsluitend uit het NRGD-register te benoemen zal dat in de toekomst zeer waarschijnlijk ook het geval zijn op het gebied van bestuurs- en civielrecht. Daarnaast zullen ook buiten rechte steeds vaker partijen besluiten om de rapporten te laten verrichten door via de NVMSR en het NRGD gecertificeerde deskundigen.
De hierboven geschetste ontwikkelingen hebben dus geleid tot een speciale vorm van post-specialisatiespecialisatie: het superspecialisme kan niet worden geleerd tijdens de opleiding tot medisch specialist.

Geen opmerkingen: