Agenda 2026

1 april Toine Lagro-Janssen: Sekse- en gendersensitieve geneeskunde
6 mei de heer en mevrouw Bots: Madame de Maintenon
3 juni Zomerborrel
In juli en augustus géén bijeenkomst
2 september Martin Schuurmans: Paranormale verschijnselen
7 oktober Theo Voorn: Gehoorapparaten
4 november Gert van Dijk: titel volgt
2 december nog onzeker.

Blogarchief

donderdag 28 april 2011


Q koorts in Nederland.
Dr. A.M. Horrevorts, microbioloog
April 2011

Q koorts wordt veroorzaakt door een obligaat intracellulaire bacterie de Coxiella Burneti.
De besmetting gebeurt door inhalatie of gebruik van ongepasteuriseerde melk.
De symptomen bestaan uit koorts, hoofdpijn en vermoeidheid.
Risico patiënten voor een chronische ziekte zijn immuun gecompromitteerden, pat. met hartklep-gebreken of stents en zwangeren. De symptomen worden veroorzaakt door endocarditis (70%), mycotisch aneurysma, osteo-articulaire infecties, leverabces of longproblemen. 60% van de infecties verloopt symptoomloos, 20 % mild, 15% matig ernstig, slechts 2-5 % heeft ernstige symptomen.
1-5 % ontwikkelt een chronische infectie. Opvallend is wel de jarenlange vermoeidheid, die zich ook bij een acute Q-koorts kan blijven bestaan.
De diagnose kan de eerste 3 dagen na de infectie gesteld worden met de PCR, daarna ontwikkelen zich IgM en IgG antilichamen, aantoonbaar met een Elisa of een Complement bindingsreactie.
Aan een chronische infectie moet o.a. worden gedacht als de titers van de CBR toenemen of als de PCR weer positief wordt. In die gevallen moet worden gezocht naar de bovenbeschreven complica-ties.
De behandeling van acute Q koorts moet bestaan uit doxycycline 1dd 200mg. 14-21 dagen of Moxi-floxacine 1dd 400 14 dagen. Bij zwangerschap, kinderen of bij chronische Q-koorts zijn behandeling-en met Trimethoprimsulfa, erythromycine, rifampicine, clarithromycine, hydroxychloroquine, en/of quinolone aangewezen.
Zie figuur 1.Q-koorts in NederlandVóór 2007 was Q koorts in Nederland een zeldzaamheid. De micro biologen in het CWZ zagen des-tijds slechts enkele patiënten, waarvan een jongen, die na een verblijf in Frankrijk een ernstige koortsende ziekte ontwikkelde en overleed. Uit zijn beenmerg werd toen de verwekker gekweekt.
In 2007 ontstond de eerste epidemie, waarbij 168 meldingen werden ontvangen, in 2008 de tweede epidemie met 1000 meldingen, in 2009 2354 meldingen. In 2010 werden tot 22 september nog 473 meldingen ontvangen. Het grootste aantal meldingen werd waargenomen rond Herpen, een stadje in Noord Brabant. Van deze patiënten overleden er in totaal 14 patiënten, hoofdzakelijk omdat de diagnose niet werd gesteld en patiënt dan ook de juiste medicatie niet kreeg. Met deze aantallen kon Nederland de grootste epidemie van Q koorts over de gehele wereld melden. In Herpen bleek 25% van de volwassenen Q-koorts te hebben. De geitenfokkerijen lagen in het NO van Herpen. Risicofactoren voor infectie bleken: contact met agriculturele producten (Odds ratio 1,7), roken ( OR 2,1) en mogelijk verband met geiten. In de periode 2005-2008 werd bij in totaal 22 bedrijven met melkgeiten en bij 4 bedrijven met melkschapen abortus veroorzaakt door coxiella burneti geconstateerd.
Zie figuur 2.
De ziekte bij mensen werd vooral in oostelijk Noord Brabant, minder in Gelderland, de Achterhoek, en ook wel in Overijssel, Groningen en Zuid Holland geconstateerd. De locatie van melkleverende geiten- en schapen bedrijven bleek hiermede in overeenstemming. Het risico van besmetting bleek tot een straal van 2 km rond een besmet bedrijf hoog, na 5 km bijna afwezig. Bij kinderboerderijen bleek een licht verhoogd, bij dierentuinen (doen mee aan vaccinatie en hygiëne protocol) geen risico aanwezig. Bij 120 veehouders en gezinsleden bleek 83%, bij 133 dierenartsen 80,5% seropositief. Beroepsgroepen bleken bij een bevalling wel geïnfecteerd te kunnen worden, via moedermelk werd een enkele besmetting beschreven. Het is dan ook verstandig om bij een bevalling van een besmette vrouw voorzorgsmaatregelen bij contact met vruchtwater en kind te nemen. Van bloeddonoren bleek het overdrachtrisico zeer klein: in de literatuur is overdracht slechts 1 maal beschreven, Sanguin screende in 2009 1000 donoren uit hoog risico gebieden op Q koorts: slechts bij 3 moest het resultaat nog worden uitgezocht.
Maatregelen van de overheid: Vanaf 12 juni 2008
1. Meldingsplicht: bij> 100 melkgeiten/schapen > 5% abortus/ 30 dagen . bij < 100 > 3 abortus/ 30 dagen. 2. Maatregelen: verbod uitmesten stal gedurende 90 dagen, geen bezoekers in stallen 90 dagen, mogelijkheid om dieren te vaccineren: in 2008 alle melkgeiten en schapen tondom Herpen. 3. Vaccinatieplicht en hygiëne protocol: Gebied rondom Uden: alle 495 dieren geënt; alle melkgeiten en schapen in Noord Brabant en een deel van Limburg. Dit gold niet voor zwangere dieren.
4. Ruimen van de geiten.
Het risico voor zwangeren en hun kinderen bleek in Nederland laag: retrospectief werden rond Her-pen in de eerste helft van 2007 seropositief bevonden15,8% van de zwangeren, verder in Noord Brabant 4,0 %, in de rest van Nederland 0,7%, in de periode juni 2007-augustus 2008 werden uit 1851 sera 70 positief bevonden. In geen van de gevallen waren er voor het kind complicaties, 10 zwangeren werden behandeld.
Aantal meldingen van Q koorts en maatregelen van de overheid:
Zie figuur 3 bovenstaand

Geen opmerkingen: